|
|||||||||||||
Gebeurtenissen vanuit de praktijk van het Meldpunt Let wel! Er berust auteursrecht
op de hieronderstaande beschreven gebeurtenissen. Niets uit deze beschrijvingen
mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk,
fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder schriftelijke
toestemming van Ben Stant. InhoudsopgaveDe geesten uit de oude kolenmijn... Wat heeft een antiek uurwerk te maken met overleden mensen? Een oorlogsbelevenis. Een man had pijn door een steen. Op een dag was grootvader vermist... leefde hij nog? Een radio ging steeds spelen, zonder dat hij werd aangezet. Uit zichzelf bewogen de laarzen... zonder dat iemand ze aan had. Een klopgeest kwam hulp bieden. Een man met een gieter gaf de planten water. Maar die man was een
geest. Een mysterie op een begraafplaats. Er kwamen rare geluiden uit de oude landbouwschuur. Vooral als het
mistig was. Ook boeken kunnen spoken. Over een granaatscherf die voor mysterieuze overlast zorgde. Over het geheim van een tochtgat... Een man verloor letterlijk zijn hoofd... en dat hoofd bleef spoken. Vreemde gebeurtenissen langs de Oude Achterweg. Hier moet wel de
duivel in het spel zijn... Vroeger kregen rooms-katholieke meisjes er les. Daarna begingen Duitse
soldaten er gruweldaden. En daarna spookte het er. Het mysterie van
de oude school... Er kijkt een geest door het raam Een kletsnatte geest verscheen aan het raam van het meisje... Bijna stierf de dochter op dezelfde dag dat haar vader begraven werd.
Maar dat wilde pa niet... Op het slagveld keek Jans maat de dood in de ogen, toen hij een muntje
vond, waarna hij miraculeus gered werd. Het muntje werd een talisman.
Heel wat jaren later lag datzelfde muntje opeens bij Jan op tafel. Maar
zijn maat had hij allang uit het oog verloren... Er was één straat in de stad waar de jongen niet durfde te komen.
Want er was daar 'iets', wat hij niet kon zien. Toen trof hij een meisje,
op wie hij verliefd werd. En raad eens waar zij woonde... Mevrouw De G. was boos op de verkoopster en liet dat onomwonden merken.
Daarna was de kwade vrouw opeens behekst - of toch niet? Wie o wie lag er tussen de zes planken? Ben werd gevraagd een overledene
te identificeren... door een gesloten doodskist heen. Het spookte in huis en Ben wilde graag helpen de woning te zuiveren
van duistere krachten... maar een andere macht, gestoken in uniform,
was sterker. Het café was niet meer hetzelfde en de stamgasten vertrokken, maar
ome Arie bleef zijn plaatsje bij het raam trouw. Een man vond langs de weg een oude stoel. En redde zo misschien wel
zijn vrouw. Lees dit verhaal en verbaas je over het mirakel dat leven
heet. Een opmerkelijk verhaal over een vrouw bij wie de vonk altijd overslaat... Er waart een vijand onder ons. Een gevaarlijke, want hij is onzichtbaar.
Meneer De V. kan erover meepraten. Een vrouw wordt door een entiteit aangerand - maar of ze dat nou
heel erg vindt? Kleine Loekna lag in coma. Kon Ben helpen...? De makelaar zat in zijn maag met een huis waar het zou spoken. Hij
deed Ben een voorstel: 10% commissie op de verkoopprijs van het huis
als hij de geesten weg kon krijgen... Ben behandelt post van mensen die denken dat ze gek worden van allerlei
geestige spelletjes. Verguld was de trouwe medewerker met het geschenk van zijn werkgever:
een mooi horloge. Maar Vadertje Tijd ging er telkens mee aan de haal.
Of was het toch iets anders? De acteur stond te schutteren op het toneel omdat hij zijn teksten
steeds vergat. Er was iets dat zijn geheugen stoorde... De rijke ongehuwde dame liet een grote gift na aan de dorpsgemeenschap.
Maar ze liet in haar testemant ook weten dat ze na precies een eeuw
uit haar graf zou opstaan om te kijken of er wel goed was omgegaan met
die gulle schenking... Er zit een spook op je bed en thuis kun je er met niemand over praten.
Voor wie geesten kan zien is dat laatste nog het ergst. Een dronken automobilist had de vrouw doodgereden. Maar ze liet toch
van zich horen. Via een fietsbel... De kleine Anna begreep maar niet waarom de tegelzetter 'de meneer
die daar bij muur stond' aan het insmeren was. Tja, soms is een nieuwbouwwoning
toch al een vol huis. Het macabere geheim van de ruïne Uit het niets vallende stenen brachten Ben naar een ruine in Frankrijk...
waar hij een gruwelijk geheim aan het licht bracht. Hotel met spook spekt portemonnee Wil je 'ns een nachtje slapen in een hotel waar het spookt? Het kan... De geestverschijning van een vrouw waarde door het statige huis en
Ben Stant ging op onderzoek... om een tragische waarheid bloot te leggen. De Meesterkok en de Dode Keukenhulp De restauranteigenaar was in zijn nopjes met zijn chefkok, maar minder
met de duistere krachten in zijn keuken... Is er hier iets vreemds of niet? Dat wilden de wetenschappers graag
onderzoeken. Hun geavanceerde apparatuur toonde niets aan. Maar waar
kwam dan die man in het zwart met z'n zwaard vandaan? Vergeet The Dead Zone van Stephen King! Dit is echt. Johan raakt
na een ongeval in coma en blijkt na ontwaken voorspellende gaven te
hebben. Het voetbalteam leek op het kampioenschap af te stevenen... tot ze
op een nieuw veld gingen spelen. Daar troffen ze een tegenstander uit
een andere dimensie... Kwam Ome Piet terug omdat hij het biljarten niet kon missen? Zelfs
als er niemand was in de kroeg, kon je een ding nog horen. Het klotsen
van de ballen op de groene tafel. Mevrouw De H. hoefde 's avonds nooit alleen naar bed. Maar ja, wie
houdt ervan met een dode tussen de lakens te kruipen? Kim droomde dat een vogel haar aanviel. En bij het wakker worden
waren de wonden zichtbaar op haar lichaam... Het overleden jongetje wilde dat er niemand aan zijn speelgoed kwam. Krijg de schurft, riep de man en dat kregen de dominees ook. Tweehonderd
jaar lang... Een slotwoord van Ben Stant Bestaat de dood wel echt? Een Nederlands echtpaar was erg gelukkig in hun kapitale bungalow, die ze vlak over de grens in Duitsland hadden laten bouwen, vanwege de lagere grond- en bouwkosten aldaar. Het woongenot werd evenwel verstoord toen het echtpaar op zeker moment werd opgeschrikt door vreemde geluiden in huis. Die waren ’s avonds laat te horen, als het heel stil was in de woning. Het klonk als wielen die over een ijzeren rails rijden, soms wat luider, dan weer gedempt. Uiteindelijk besloten de man en vrouw de geluiden op een cassettebandje op te nemen en naar Ben Stant te sturen. Diens nieuwsgierigheid was gewekt en hij ging op bezoek, want hij wilde de geluiden wel eens ‘live’ horen en misschien zou hij ook kunnen zien waardoor ze veroorzaakt werden. Ben kwam niet voor niets. Het duurde niet lang voor ook hij de mysterieuze wielen hoorde, ergens onder de woning. Meteen schoot het Ben te binnen dat dit een voormalig steenkoolmijngebied is. De laatste mijn was meer dan zestig jaar geleden gesloten, maar ondergronds moesten nog vele gangen liggen. De ingeving liet hem niet los en de volgende dag bezocht hij in een nabijgelegen plaatsje het streekmuseum over de steenkoolmijnen. Hij had met name aandacht voor ongevallen die zich hadden voorgedaan. Al snel ontdekte Ben dat begin vorige eeuw een grote mijnramp had plaatsgevonden. Meer dan honderd ‘kompels’ waren omgekomen. Op zeshonderdvijftig meter diepte lagen ze voor eeuwig begraven. De ramp was gebeurd op ongeveer de plek waar anno 2007 de bungalow staat. Mensen die voortijdig sterven, zoals bij een ongeluk, beschikken altijd over een deel aardgebonden ‘restenergie’, is Bens stellige overtuiging. Met die restenergie kunnen overledenen dingen kenbaar maken. In dit geval wilden de gestorven kompels aangeven dat ze onder de bungalow begraven liggen. Bovengronds waren ze hoorbaar omdat ze elkaars restenergie versterkten. Toen Ben deze boodschap overbracht, wilde het echtpaar maar één ding: dezelfde dag nog verhuizen – want ze hadden absoluut geen trek om te wonen op een grafheuvel. Aan de manier waarop ze dit feit op het ‘spoor’ waren gekomen, hadden ze geen boodschap. Dat werd verder angstvallig buiten beschouwing gelaten.
De klokHet is al weer enige tijd geleden dat ik benaderd werd door een dame met een klokje. Haar man had het antieke uurwerkje op een veiling gekocht en sindsdien had ze geen rustig moment meer gekend. Het aangeschafte gaf haar beklemmingen en tijdens haar slaap werd ze geplaagd door angstdromen. Of ik daar iets aan kon doen. Het object zelf gaf geen teken van leven, want het was defect. Maar toen ik er mijn hand oplegde, begon het opeens te leven in de vorm van een beeld dat ik doorkreeg. Plaatjes van overleden mensen. Waar de klok vandaan kwam, was onbekend. Om meer te kunnen ontdekken, stelde ik voor de klok een paar dagen bij mij achter te laten en te zien wat het verder voortbracht. Helaas kon daar geen sprake van zijn. Haar man wist namelijk niet dat ze hem had meegenomen naar mij en ze zou geen verklaring kunnen vinden voor het feit dat hij weg was. Dit was een probleem waar ik verder ook geen oplossing voor wist. Bij toeval kreeg ze hulp. Enige tijd later namelijk, kreeg de vrouw van haar man opdracht het klokje bij een restaurateur ter reparatie aan te bieden. Ze besloot echter het klokje eerst bij mij te brengen en zo kwam het dus toch nog bij mij terecht. Het beeld dat ik deze maal kreeg, bracht me naar een kerkhof en deed me weer aan overleden mensen denken, die de eerste keer ook al bij mij opgekomen waren. Maar wat deed het klokje op het kerkhof? En wat had het hiermee te maken? Ik kwam er niet uit en besloot het even te laten rusten tot ik andere beelden kreeg. Enige dagen later, toen ik mij opnieuw instelde en het klokjes aanraakte, kreeg ik beelden van een kist met mensen er omheen en begon ik het verband te begrijpen. Nu alleen het bewijs nog. Daarvoor had ik de voorlaatste eigenaar nodig. Deze moest te achterhalen zijn. In de loop der eeuwen van zijn bestaan, had het klokje verschillende reparateurs gekend. Deze hadden door middel van een gravure een aantekening achtergelaten in het klokje. Het laatste was ruim een halve eeuw geleden aangebracht, liet de datum weten. Daarvoor was het alleen nog zaak de toenmalige reparateur te vinden. Met deze boodschap stuurde ik de vrouw op stap en wilden we tenminste de achtergrond weten. Uiteindelijk kwam ze hier ook voor. Via een aantal restaurateurs die ze raadpleegde, kwam ze in België terecht. Nadien kreeg ik het hele verhaal te horen. Het bleek dat de toenmalige bezitter ervan het klokje mee had willen nemen in zijn graf, maar dat een van de familieleden dat zonde gevonden moet hebben. Kort voor de ter aardebestelling heeft deze het uit de kist verwijderd en in de handel gebracht. Een andere verklaring was er niet te vinden, aangezien de nazaten van de oom waar het om ging, zeer verbaasd waren geweest het klokje nu bij een ander aan te treffen. De vrouw was zeer gelukkig dat ze het verhaal nu wist, anders was ze vast aan zichzelf gaan twijfelen. Wat er verder met het klokje is gebeurd, weet ik niet. Wel dat de vrouw mij heeft laten weten verder geen prijs meer te stellen op dit bezit, nu zij de achtergrond kende. Ze wilde het dan ook absoluut niet meer in haar huis hebben. Ongeacht wat haar man er verder van vond. Zo kwam ook deze zaak weer aan het licht, dat bepaald niet helder scheen.
De soldaat van mamDe vrouw die mij schreef, had een soldaat in de tuin. Ze had hem al eerder gezien, maar dacht dat ze droomde. Tot ze bezoek kreeg van oude kennissen die gedurende de laatste wereldoorlog naast haar huis hadden gewoond. De plaats waar haar huis nu stond, was toen nog een open veldje geweest, waarop enkele Duitse soldaten een geschutsopstelling bemanden. Tegen het einde van de oorlog had een Engels vliegtuig daarop geschoten en was een soldaat ernstig gewond geraakt. Hij had getracht de openbare weg te bereiken, maar was halverwege bezweken aan zijn verwondingen. Dit verklaarde misschien ook de plaats waar de vrouw de soldaat regelmatig zag. Precies voor haar keukenraam. De soldaat van mam werd hij inmiddels genoemd, want zij was de enige die hem zag. Maar toen vaststond dat daar inderdaad een soldaat was geweest en daar was gestorven, keek men er nu toch wel anders tegenaan.
De steenDe man die bij mij kwam, leed pijn. Zijn aura kromp bij iedere pijnscheut. De specialist had niets kunnen vinden bij zijn onderzoek en had hem kalmerende middelen voorgeschreven. Toch wilde de man zich niet bij zijn lot neerleggen en hij hoopte dat hij na verloop van tijd de oorzaak van zijn kwaal zou vinden. Dat bleek echter niet zo snel te gaan en zo sukkelde hij jarenlang met pijn die hem zijn leven deed vergallen. De vraag was nu echter, wat kon ik er aan doen. Want ik had geen enkel aanknopingspunt dat mij op weg kon helpen, behalve dat de kleur in de aura zichtbaar naar de pijnpunten toestroomde. Dit gaf mij te denken, maar een oplossing had ik niet. Die kwam later, toen ik de man thuis eens opzocht. Hij was er erg aan toe en leed veel pijn. Zo erg zelfs, dat hij mij had laten weten er een einde aan te willen maken. In zijn huis trof ik een grote steen aan die onder een glasplaat op een tafeltje lag. Zijn vrouw vertelde mij dat ze die eens gekregen had van een man met wie ze een relatie had. Deze man was veel in Egypte geweest en had de steen ooit meegenomen. De herkomst was niet te achterhalen geweest. Toch was er iets mee, want zelfs vanachter het glas waar hij lag, liet hij in mijn ogen een vreemde kleur licht zien, die ik ook bij de man had waargenomen op zijn pijnlijke plekken. Mijn vraag was dan ook, hoe lang die steen al in huis was. Dat bleek al lang voordat haar man bij haar in huis kwam, want eigenlijk woonden ze pas zes jaar samen. Mijn veronderstelling dat de steen iets te maken moest hebben met de kwaal van de man, bleek zeer gegrond. Hij gaf toe dat zijn pijn begonnen was vlak nadat hij er was komen wonen. Maar hij weet het eerst aan een schaatsongeval, waarbij hij hard op het ijs terechtgekomen was. Toen ik mijn veronderstelling over de steen naar voren bracht, keken ze daar eerst wat vreemd tegenaan. Maar ze vonden het toch een experiment waard. De steen verhuisde naar het schuurtje achter in de tuin en de man kon na een paar dagen al vaststellen dat zijn pijn minder werd. Welk geheim de steen bezat, weet ik niet. Wel dat er mineralen zijn die invloed kunnen uitoefenen op onze gezondheid. De man heeft me nog een paar keer bedankt en ik mocht weten dat hij samen met zijn vrouw, diep in een bos de steen begraven heeft. En nu maar hopen, dat er later op deze plaats geen woning komt te staan, waar mensen komen te wonen die ook hinder zullen ondervinden van deze uitstralende kracht. Maar daar is nu niets meer aan te doen, want de preciese plek wisten ze niet meer. De pijn is weggebleven en met het leven van mijn cliënt ging het goed. Zo kwam dus naar voren dat we niet altijd weten wat we mankeren, terwijl de oplossing soms vlak voor ons op tafel ligt.
OpaOpa was zoek. Zijn hele leven lang was hij bakker geweest en had altijd met trots en vakmanschap zijn werk gedaan. Tot hij zo midden zeventig zijn enkel brak. Toen vonden zijn kinderen dat het genoeg was geweest en ze besloten dat hij, als hij uit het ziekenhuis kwam, zijn verdere bakkersschap maar voor gezien moest houden. Ze ruimden de kamer boven de bakkerij leeg en maakten plaats bij zijn oudste dochter, waar hij toch al at sinds zijn vrouw overleden was. Opa was niet tevreden met wat het lot hem toebedeelde en alle goede bedoelingen ten spijt, hij bleef mokken na zijn terugkeer uit het ziekenhuis. Zijn drang naar eigen vrijheid was zo groot, dat hij na verloop van tijd alleen nog maar thuiskwam om te slapen. Hele dagen zwierf hij rond in het elektrische wagentje dat was aangeschaft na zijn ongeval. De bakkerij liep prima en opa werd eigenlijk niet gemist. Tot hij op een dag ook niet thuiskwam om te slapen. En daar werd natuurlijk meteen werk van gemaakt. Al met al was opa nu ruim tien dagen weg, toen ik bericht kreeg van een kleindochter. Zij vertelde mij het verhaal en voegde er aan toe, dat zij zelf het sterke gevoel had dat opa was overleden. Deze veronderstelling durfde ze echter niet uit te spreken en ze wilde ook beslist niet dat de familie hier van afwist. Om haar te helpen sprak ik af naar haar toe te komen en vroeg gelijk of ze een voorwerp had waar opa aan gehecht was. Dit bleek een pijp te zijn waar hij jarenlang uit gerookt had, maar die na oma's heengaan niet meer smaakte. Via deze inductor kreeg ik ook een beeld van water om mij heen en begreep dat de kleindochter best gelijk kon hebben wat opa betrof. Maar hoe vind je de plaats waar dat gebeurd is, want ze woonden in een waterrijk gebied. Het antwoord op deze vraag kon ik op dat moment niet vinden en ik besloot de pijp mee te nemen. Na een paar dagen kreeg ik een steeds sterker het beeld van een brug die er wat verlaten bij lag. Maar ik kon de locatie niet bepalen. Met dit gegeven confronteerde ik de kleindochter en zij wist ook niet waar dat kon zijn. Samen hebben we enige dagen later de buurt verkend en ik stuitte op een bouwsel dat mij bekend voorkwam. Opa is gelukkig op die plaats gevonden, al was het natuurlijk geen prettige vondst. Zijn kleindochter heeft echter nooit verteld hoe zij hem gevonden heeft. Want het dorp waar ze woonde, had beslist geen oren naar iets wat buiten het gewone verstand viel en ze wilde er wel graag blijven wonen.
De radioHet lijkt wel of het hier spookt, zei de vrouw die mij belde. Het bleek om een radio te gaan die plotseling in werking trad, zonder dat hij aangezet werd. "Haal dan de stekker eruit", was mijn advies, want ik rekende op een technisch mankement. "Heb ik al gedaan," kreeg ik te horen. Dit plan werkte dus niet en er zat niets anders op dan daar eens te gaan kijken. Het huis maakte een wat verlaten indruk. De vrouw had er jarenlang pensiongasten op nagehouden, maar met haar gevorderde leeftijd kwam ook de wens het wat kalmer aan te doen. De laatste jaren waren er geen logé's meer geweest. Behalve een oude man, meneer Damsma, die al meer dan dertig jaar iedere zomer bij haar kwam en nergens anders heen wilde. Voor hem had ze een uitzondering gemaakt. Het bedoelde radiotoestel stond in de woonkamer en maakte niet bepaald een actieve indruk met het snoer om het toestel gewikkeld en de stekker uit het stopcontact. Dit is hem, verduidelijkte ze nog eens. Er viel weinig aan te zien, behalve dat de antenne nog steeds aangesloten was. Net toen ik deze ook los wilde koppelen, begon het toestel een zachte zoemtoon te produceren, die kort daarop overging in een ander geluid. Een soort van kreunen. De vrouw keek me veelbetekenend aan en zei: ik krijg steeds de kriebels als ik dit hoor en moet dan gelijk aan meneer Damsma denken. Ik zag dit duidelijk als een teken en vroeg haar of zij zijn telefoonnummer had. Toen ik belde, kreeg ik geen gehoor. De weg terug naar huis liep aardig dicht langs het plaatsje waar de heer Damsma placht te wonen en ik besloot dan ook om even langs te gaan. Op zijn adres aangekomen trof ik een kleine menigte aan, die mij vertelden dat de heer Damsma was opgehaald door een ziekenwagen en waarschijnlijk al een dag of tien overleden moest zijn geweest. Thuisgekomen belde ik de vrouw op en deed mijn verslag. Ze kon het bijna niet geloven en was zeer aangedaan door dit bericht. Ook omdat haar radio haar steeds had laten weten dat er iets aan de hand moest zijn geweest, maar ze had de boodschap niet begrepen. Hoe een dergelijk contact mogelijk is, valt moeilijk te bevatten. Wel weet ik dat de radio bij haar nadien nooit meer op een dergelijke wijze een geluid heeft weergegeven.
De laarzenOude liefde roest niet, zeggen ze wel eens. En dat geldt ook voor haat, kwam ik tot de ontdekking. Het gebeurde geruime tijd terug, dat ik gebeld werd om een verschijnsel waar te komen nemen. Bewegende laarzen. Het betrof een echtpaar dat net een nieuw onderkomen gevonden had. Een huisje diep in de polder nabij een sluis. Toen ik daar aankwam, hadden ze zich achter het kippenhok in de tuin verscholen, want ze waren bang om in huis te gaan. Op hun aanwijzingen begaf ik mij naar de gang, waar ik inderdaad een paar laarzen aantrof. Ik kon er op dat moment niets vreemds aan ontdekken, behalve dat ze oud waren. Ze pasten bij de vorige generatie, want het waren lieslaarzen van een oude makelij, die je wel eens tegenkomt op de vroegere schoolplaten van Jetses. Vissers- of zeemanslaarzen. Het echtpaar had ze zelf niet meegebracht en ook de herkomst was onbekend. De laarzen stonden opeens in hun gang. Verwijderen hielp ook niets, want kort daarop stonden ze er weer opnieuw. En vanmorgen hadden ze de laarzen zien bewegen, zonder dat iemand ze aanhad. Althans zo leek het. Dat gaf ze te denken en omdat ze over mij gehoord hadden, hadden ze mij gebeld. Ik wist nog niet goed wat ik met hun verhaal aanmoest en wilde dit verschijnsel zelf ook wel eens zien. Daarom besloot ik er een poosje bij te waken. Energie is een gemeengoed en heeft een oorsprong, dat ik wilde ontdekken. Lang werk had ik niet, want toen ik mij instelde, kwam er een beeld tevoorschijn dat bij de laarzen paste. Het was een man van een jaar of veertig, die vreemd genoeg even boven de grond zweefde. Mijn oog viel tegelijkertijd op de laarzen die in beweging kwamen. Ze schuifelden in de richting van de man, die zich in oliegoed toonde. Hij miste zijn onderbenen, viel mij nu op en de laarzen die bij de man aangekomen waren, namen nu de plaats daarvoor in. Het beeld vervaagde en de laarzen bleven weer alleen in de gang achter. Wie was die man en wat wilde hij mij laten zien? Hier moest ik achter zien te komen, gaf mijn gevoel me aan. Hiervoor moest ik echter wel de ruimte hebben en ik verzocht de bewoners dan ook elders even onderdak te zoeken zodat ik mijn werk naar behoren kon doen. Aanwezigheid van meerdere personen verstoort vaak het beeld dat ik opvang of te zien krijg. Ook vroeg ik of ze wilden informeren of er ooit een zeeman of een visser in hun huis gewoond had. Gelukkig deden ze niet moeilijk en na een telefoontje vertrokken ze, na mij het telefoonnummer gegeven te hebben waar ze te bereiken waren als de kust weer veilig was. Opnieuw wilde ik mij afstemmen, maar ik kreeg deze keer geen beeld. Misschien was ik onbewust toch te gespannen geraakt door eerst te lang met de mensen te hebben gepraat. Je dient in gevallen als deze totaal blanco te zijn, dat wil zeggen dat er geen verstorend element mag zijn. Ook niet in jezelf en daarvoor heb je een grote concentratie nodig. Voorbereiding speelt hier een grote rol. Je kunt dergelijke zaken beslist niet er zo even tussendoor doen. Ik besloot daarom, om de sfeer even los te laten en later terug te komen. Twee dagen later ging ik opnieuw. Maar weer kreeg ik geen contact met de man in het oliegoed die ik eerder gezien had. Wel met een vrouw die even opdook toen ik in de woonkamer zat. Ze was heel ijl en bijna niet waarneembaar. Ze bewoog zich naar het dressoir en wees naar een kistje dat er op stond en vervaagde weer in zijn geheel na deze daad. Het kistje bleek een soort souvenirsartikel te zijn, beplakt met schelpjes. Toen ik het kistje opende, zag ik er een medaille in liggen. Tegelijkertijd begon er in de gang wat te bonken en toen ik daar ging kijken, bewogen de laarzen flink op en neer. Ik wist dat de man dit veroorzaakte, maar ik zag hem niet omdat mijn instelling verstoord was geraakt. Tussen de laarzen en de medaille moest een verbinding zijn. En dat bleek te kloppen. De bewoners waren bij navraag te weten gekomen, dat hier inderdaad een visser had gewoond, samen met zijn moeder en dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen was door een wrede grap van een paar Duitsers. Het bleek, dat zij hem door een pas aangelegd mijnenveld hadden laten lopen omdat zij vernomen hadden, dat hij "helderziende" was. Dit verklaarde voor mij gelijk het gemis van zijn onderbenen, toen ik zijn beeld waarnam. Na het overlijden van zijn moeder, die waarschijnlijk ook de vrouw was geweest die ik in de woonkamer waarnam, is het huis enige malen verhuurd geweest. Maar bij hun weten hadden zich daar geen vreemde voorvallen afgespeeld. Het was dus eigenlijk bij de komst van deze mensen begonnen. Toen ik over de medaille begon, kreeg ik het volgende te horen. Haar vader was als Oostenrijkse soldaat in de Tweede Wereldoorlog voor zijn vaderland gevallen en daar had haar moeder postuum een erepenning voor ontvangen, die later in haar handen was overgegaan en ook hierheen gebracht was. Naar alle waarschijnlijkheid was het deze onderscheiding geweest, die krachten opriep die met diepe haat te maken hadden. Want na de verwijdering die op mijn voorstel plaatsvond, zijn de laarzen niet meer terug gezien. Wel stond vast dat haar vader niets van doen had gehad met de gebeurtenis waarbij de visser omgekomen was. Want hij was in Rusland gesneuveld en nooit in Nederland geweest. Toch sterk, dat zo'n klein stukje metaal zoveel energie in beweging kan brengen. Ook antiek of oude juwelen hebben daar wel eens een handje van.
De deurklopperOp een dag werd ik gebeld met de vraag of ik ook klopgeesten kon behandelen. De mensen woonden in een pas gebouwd huis en alles leek erop, dat ze ongewenst bezoek hadden gekregen van iets, dat regelmatig bij hen op de deur klopte, zonder dat er een mens te zien was. Nu leerde de ervaring mij, dat niets zomaar begint en dat het hoe en waarom achterhaald moet worden, om de zaak weer ongedaan te krijgen. Dit kan soms een heel werk zijn, zonder dat je van tevoren weet of het wel tot een oplossing kan komen. Ook in deze zaak was dit de vraag. Mijn bezoek bracht mij bij een flink, ruim, vrijstaand huis met rondom een grote tuin. Aan de achterzijde lag een oude boomgaard en dat was tevens de kant, waar er op de deur werd geklopt. Ik trof er een flink aantal koperdraden aan, die om en op de bewuste achterdeur waren gespannen door een aardstralenspecialist, zo had men mij laten weten. Doch het had niets uitgehaald, het kloppen bleef. Ten einde raad hadden ze de radio de hele dag maar luid aanstaan, om het geklop te overstemmen. Gelukkig vond het kloppen meestal plaats van halverwege de ochtend tot voor in de avond. Op mijn ronde om het huis, kon ik niets vreemds ontdekken. Hoe ik mij ook instelde op een andere vorm van energie. Ook het kloppen werd door mij niet waargenomen. Net toen ik naar binnen wilde gaan, om te vragen op welke tijd dit het meeste voorkwam, naderde er een oude man van achter uit de boomgaard. Hij liep schuifelend en ik schatte hem zeker rond de tachtig. Zijn richting was de achterdeur, waar hij ook naar binnen ging. Kort erop nam ik een energieveld waar, in de vorm van een soort waas, die dezelfde kant op ging en voor de deur bleef hangen, waar de oude man naar binnen was gegaan. Het geklop begon eigenlijk direct erop en was goed hoorbaar. Ik had de bron gevonden, nu nog de rest. Iets zei mij er nog niet gelijk mee te koop te lopen en even af te wachten. Ik nam de tijd en maakte het mij gemakkelijk op een boomstronk, terwijl ik naar het verschijnsel bleef kijken en luisteren. Terwijl ik wachtte, verscheen de oude man weer en verliet het huis met in zijn kielzog de waas. Het kloppen hield op. Ik besloot de man te volgen en kwam achter in de boomgaard terecht, waar hij een soort onderkomen had in de vorm van een bakstenen geval, dat ooit een ketelhuisje van een planten- of groentenkas was geweest. In ieder geval geen riante behuizing vergeleken met het huis waar hij net vandaan kwam. De waas nam ik niet meer waar en ik besloot nog even te wachten tot ik meer wist. Want ook deze keer vertelde iets mij, het verband tussen die twee nog even stil te houden. Ik liet mijn opdrachtgevers dan ook weten, binnenkort terug te komen voor een nader onderzoek. Net toen ik weg wilde gaan, hoorde ik mijn stem zeggen: "vraag eens naar vader". Terwijl ik dat deed, sloeg de stemming bij de mensen om en kreeg ik te horen, dat ze mij wel opnieuw zouden bellen. Waarschijnlijk had ik een tere snaar geraakt, die ze nog moesten verwerken. Hoe de zaak verder lag, kwam ik bij toeval aan de weet. Kort nadien werd ik namelijk gebeld door mensen, vlak bij hen in de buurt, met een ziek paard dat maar niet beteren wilde. Nadat ik het paard had behandeld, kreeg ik te horen dat ze kennissen hadden, waar op de deur werd geklopt en dat die daar veel last van ondervonden. Of ik daar niet eens wilde gaan kijken. Nu ik toch hier was, wilden ze wel even voor me bellen of het goed was als ik kwam. Om meer over deze zaak aan de weet te komen, was ik hier aan het juiste adres en vroeg dan ook meteen naar de vader. Hier stonden ze echt versteld van, dat ik dat wist, en ik liet het ook maar even zo. De oude man die achter in de tuin woonde, bleek de broer van de overleden vader te zijn van de vrouw die er nu woonde. Haar vader had jaren lang voor zijn broer gezorgd, die aan reuma leed. Toen haar moeder nog leefde, was dit geen bezwaar geweest, maar na haar overlijden ging het moeilijker. Zo kwam vader tot het plan, een ruim huis te laten bouwen, waar zij beiden hun verzorging in konden vinden. In ruil daarvoor zou de dochter het huis erven. Helaas kwam de vader tijdens de bouw van het nieuwe huis om het leven door een verkeersongeval en werden de bouwplannen gewijzigd. De aanstichter van het geklop werd mij met de minuut duidelijker en ik wilde alleen nog de proef op de som nemen. Enige dagen later toog ik op weg om de oude man te bezoeken. Met mijn komst was hij niet echt blij, want hij had al narigheid genoeg, liet hij me weten. Ik begreep het allemaal best. En zeker met wat ik nu wist. Een maaltijd, koffie en huisvesten in een bouwval was niet bepaald de opzet geweest. Toch liep hij op mijn verzoek nog eens een keer naar het huis aan de voorkant en zie, de waas formeerde zich weer. Met uiterste concentratie nam ik het hoofd van een man daarin waar. Hij droeg een donkere gleufhoed. Ik kreeg dan ook de bevestiging, dat zijn overleden broer een dergelijke hoed regelmatig droeg. De oplossing was nu gevonden, maar we hadden er weinig aan. Als de mensen nu eenmaal niet willen luisteren, kun je kloppen wat je wilt. Deze zaak bracht opnieuw naar voren, dat mensen elkaar soms bewust zoveel leed aan doen, dat een overledene, dikwijls met zijn laatste krachten, zich toch nog wil manifesteren. Alleen, hun manier van doen wijkt dan af van het ons zo gebruikelijke. Dat komt vaker voor dan we ons bewust zijn. Het kloppen zal inmiddels wel opgehouden zijn want korte tijd later vernam ik, dat de oude man was overleden. Misschien wonen hij en zijn broer nu wel samen in een ander huis.
De geest van de tuinAls we stil van binnen zijn, kunnen we dingen zien die we anders niet opmerken. Zo kwam het dat ik bij een zaak betrokken raakte die anders verborgen was gebleven. Het betrof hier een groentetuin. De mensen die mij belden, een oud echtpaar, hadden achter hun huis een verschijning waargenomen. Ze zaten op een mooie zomeravond wat te doezelen op de bank achter hun huis toen zich voor hun ogen een tafereel afspeelde waar ze diep van onder de indruk raakten. Ze zagen een man met een gieter, een meter of tien van hen af, die zich voorover boog om de planten water te geven. Toen ze hun ogen uitwreven, was het beeld weg. Toch liet het ze niet los, vooral niet toen ze later hoorden dat hun huis gebouwd was op de grond van een oude tuinderij. Het opmerkelijke was, dat ze voordien al individueel dingen opgemerkt hadden waar ze vraagtekens bij hadden gezet. De man vertelde mij dat hij eerder een kruiwagen had aangetroffen, toen hij 's morgens vroeg heel slaperig uit het raam naar de achtertuin had gekeken. De vrouw had een soortgelijke ervaring, zij had een stapel bloempotten gezien. Toen de beide plaatjes overeen kwamen, vonden ze het zo frappant, dat ze hier toch melding van wilden maken nadat ze via de televisie een programma hadden gezien waarin ik voorkwam met het meldpunt geest- en spookverschijningen. Hierdoor hadden ze de moed opgebracht deze voorvallen bekend te maken. Zaken als deze komen geregeld voor en kunnen mensen best in verwarring brengen, dat er meer onder de mensen schuilt dan zo op het oog mogelijk is. Onderzoek leverde later op dat er inderdaad een man was geweest, die 'getrouwd' was met zijn tuin en door een hartaanval werd getroffen toen hij op zeer hoge leeftijd een te zware kruiwagen met bloempotten wilde verplaatsen. Merkwaardig genoeg was er later niemand in de familie die het verhaal van de oudjes wilde geloven. Helaas wordt er nog veel te veel verworpen dat best een andere kijk op onze wereld zou kunnen geven.
Het schoentjeDe man die mij bezocht, werkte op een begraafplaats. Door de telefoon had hij al verteld, dat zijn verhaal te ongeloofwaardig was om er verder met iemand over te spreken. Hij bracht een schoentje mee dat een kind van een jaar of vier gedragen zou kunnen hebben. "Hier is het allemaal mee begonnen", viel hij met de deur in huis. Kijk, dit vond ik op het kerkhof bij de kindergraven. Het is vreemd dat een klein kind maar met een schoentje naar huis zou zijn gegaan. Ik heb het schoentje later bij de ingang opgehangen, zodat iedere ouder het kon zien, mochten ze er naar zoeken". De volgende dag lag het schoentje echter weer in het pad dat langs de kindergrafjes liep. Zonder er bij na te denken had hij het weer opgeraapt en meegenomen naar het onderkomen dat voor het personeel was bestemd. De volgende dag had hij een vrije dag, maar was wel van plan het schoentje weer bij de ingang op te gaan hangen. Maar door een noodzakelijk karwei dat langer duurde dan hij verwacht had, was de personeelsruimte inmiddels afgesloten geweest. Toen hij na zijn vrije dag weer op zijn werk aankwam, hoorde hij een collega zeggen, dat hij de dag ervoor een kinderschoentje had gevonden bij de kindergraven en dat hij niet begreep waarom de ouders dat niet gezien hadden, dat hun kind op een schoentje het kerkhof verlaten had. Het door hem gevonden schoentje had hij 's avonds achtergelaten op de tafel en het was nu verdwenen. Met gemengde gevoelens luisterde de man naar het verhaal van zijn collega. Zo snel als hij de gelegenheid kreeg, ging hij naar de kindergrafjes en vond daar opnieuw het verloren schoentje. Dit bracht hem zo van slag, dat hij er verder met niemand over sprak. Het schoentje had hij mee naar huis genomen en onder in een kast gelegd. Dit voorval had zich enkele maanden geleden afgespeeld en hij was het bijna vergeten. Totdat hij kort geleden weer bij de aangelegde kindergraven aan het werk moest en opnieuw het schoentje vond. Deze ontwikkeling had hij niet verwacht. Eerst had hij getwijfeld en was het idee bij hem opgekomen dat het een flauwe grap was. Doch toen hij thuis het schoentje niet meer aantrof was hij er anders over gaan denken. Een artikel in een blad bracht hem ertoe mij hierover te raadplegen en hij kwam zijn ervaring bij mij uit de doeken doen. Het bewuste schoentje, dat hij voor mij had neergezet, vroeg om antwoord, maar het gaf weinig prijs op mijn kamer. Ik besloot ermee naar het kerkhof te gaan waar de man als tuinman werkzaam was. Maar door het slechte weer en een kapotte auto was ik niet in staat om er direct heen te gaan en liet het schoentje zolang in mijn werkkamer achter. Enige dagen later was het ook daar weg en ik belde direct de man op om te gaan kijken of het weer op de plek van het kerkhof was terug gekeerd. Dit bleek niet het geval te zijn. Ook later niet. Blijft de vraag: waar is het gebleven? Tot op de dag van vandaag weet ik het niet, maar deze gebeurtenis komt bij mij wel telkens opnieuw bovendrijven als ik op een kerkhof kom of er langs rijd.
De 'spookschuur'Midden in de zomer kreeg ik het bericht of ik eens naar een oude landbouwschuur wilde komen kijken. Er kwamen rare geluiden uit. "Vooral als het mistig was", voegde de beller er nog aan toe. Toen ik in het dorpje op de Veluwe aankwam, lieten anderen mij weten dat speciaal bij volle maan het geluid het sterkste was. Deze tweedracht maakte mij ook niet wijzer en ik besloot de schuur zelf maar binnen te gaan. Deze was eigenlijk in de loop der tijd een bouwval geworden en op een zeer roestige landbouwtrekker na, was de schuur leeg. In de vloer trof ik echter een grote kei aan die waarschijnlijk ergens voor was gebruikt. Maar verder kon ik geen enkel spannings- of energieveld waarnemen, dat in verband met het vreemde geluid kon worden gebracht. De steen die daar lag, kon mij ook geen informatie geven. Maar ik besloot toch maar eens te vragen wat die daar deed, want qua vorm leek hij mij iets af te dekken. En dit bleek ook te kloppen. Er was vroeger een put in de schuur geweest, maar na de aansluiting op het waterleidingsnet was hij afgedicht door er een grote steen op te leggen. Een oude inwoner kon mij dat nog vertellen. Daar de buurtbewoners niet meer wisten waartoe de schuur vroeger gediend had en het bouwsel al zo lang leeg had gestaan, hadden er al de meest vreemde verhalen de ronde over gedaan. Zo zou er zich vroeger een man in hebben verhangen. En een boer, die er toen in de buurt woonde, zou er een knecht in hebben vermoord. Ook deed het verhaal van oudsher de ronde dat men er een oude zwerver in dood geslagen had. Toen er dan later ook nog geluiden uit de schuur begonnen te komen, waren ze eigenlijk niet zo blij met dit stukje historie en ze liepen er dan ook liever met een flinke boog omheen. Net toen ik weer in de schuur stond en overwoog wat ik verder nog kon doen, hoorde ik naast mij uit de grond een geluid komen, dat mij deed denken aan een gorgelende badkuip die leegliep. Intussen hadden er een paar "waaghalzen" het aangedurfd bij mij in de buurt te komen om te kijken wat ik daar deed. Maar toen ook zij het geluid hoorden, stoven ze weg. Alles was voor mij nu wel helder en ik wist de oorzaak. Het peil van het grondwater veroorzaakte dat geluid, door bij het dalen een vacuum langs de steen te trekken, die waarschijnlijk niet helemaal goed afsloot. En bij het stijgen ervan vertoonde hij hetzelfde effect. Nu is nuchterheid ook niet alles. En zeker niet als je daarbij de dorpsbewoners in hun hemd zet. Met veel ceremonie heb ik na het lichten van de steen de put vol laten gooien met verschillende soorten grond en heb het geheel besprenkeld met water uit een flesje, dat ik bij mij had gestoken. Zo bleef de schuur een aardige anekdote waar verder niemand meer moeite mee had, omdat het geluid nu verstomd was. Soms moet je zo handelen. Al is het alleen maar om een mythe in leven te houden waar men jaren later nog steeds over spreekt.
De boekenkastHet verschijnsel dat zich voordeed, had te maken met een boekenkast. Hierin stonden boeken opgesteld, die zich blijkbaar niet op hun plaats voelden, want ze lieten zich daar niet inzetten. Iedere keer opnieuw lagen ze op de grond met verschillende pagina's open, die een onderwerp aangaven in de richting van bankzaken. Nu wil het geval dat de eigenaar van de boeken geen enkele binding had met dergelijke instellingen, behoudens zijn eigen bankrekening. Ze vonden het maar vreemd dat de boeken uit de kast vielen en dan ook nog op een onderwerp, waar ze geen enkel verband mee leken te hebben. Dit bleek een misverstand te zijn, dat later om de hoek kwam kijken. De boeken hadden toebehoord aan een oom van de man, die plotseling was overleden en die zijn nalatenschap aan hen had toevertrouwd. Behalve enkele schilderijen, meubels en een groot schrijfbureau, waren er ontelbare boeken geweest over de meest uiteenlopende onderwerpen. Alleen de hoeveelheid was zo groot geweest, dat ze onmogelijk in hun bestaande boekenkast pasten en daarom hadden ze een keuze moeten maken. Het testament had echter ook bepaald, dat geen boek weggedaan mocht worden en het was van een aanzienlijk bedrag vergezeld geweest, om hiervoor de nodige opslagruimte te laten inrichten. Dit was er echter nog steeds niet van gekomen en de meeste boeken waren in verhuisdozen achter gebleven in een loods bij de verhuizer. Nu ik hun verhaal zo aanhoorde, werd het mij wel duidelijk dat hierbij een geest in het spel was die op hun verplichtingen wees, maar waarschijnlijk geen grond kreeg en zich zo wilde manifesteren. Door vergeetachtigheid en soms ook gemakzucht verliezen we gedane belofte wel eens uit het oog, of zien dit niet als een verplichting. In dit geval was het echter wel duidelijk en raadde ik de mensen ook aan hier snel werk van te maken. Kwade geesten zijn soms moeilijk te bestrijden en waarom wilden ze deze vingerwijzing niet gewoon opvolgen. Het was toch een wens geweest en dan kun je je niet afsluiten voor andere zaken die daarbij komen kijken. Dit wordt nog wel eens vergeten en het is altijd mogelijk, dat krachten zich ontwikkelen die ogenschijnlijk niets met de zaak van doen hebben. Omdat we nog maar zo weinig weten hoe geestkracht tot stand wordt gebracht en we zeker de taal niet altijd begrijpen die hieruit voort kan komen. Gelukkig zijn de mensen wat dit betreft, hun belofte nagekomen. Al was het niet direct met enthousiasme. Nadien zijn er nooit meer boeken uit de kast gevallen.
Oud zeerDe man die bij mij langs kwam, had een scherf van een granaat in zijn voet gekregen. Hij had deze opgelopen tijdens de zesdaagse oorlog in Israël. Gedurende de operatie die volgde, had een infectie de wond verder aangetast en korte tijd later was het nodig geweest een deel van zijn voet te amputeren. Totdat de infectie opnieuw doordrong en hij zijn hele voet kwijtraakte. Sindsdien werd er bijna ieder jaar een ander stukje van zijn been afgezet. Daardoor kreeg hij het idee dat zijn been als een soort snijworst werd gebruikt, zonder dat de infectie daardoor gestopt kon worden. Toen hij bij mij kwam, bleek er net een restje been onder zijn knieschijf geamputeerd te zijn en hij zag het verder somber in. Vooral toen bleek dat de infectie niet te stoppen was en hij qua overgebleven beenlengte nog een jaar of drie te gaan had eer ook zijn onderlichaam aangetast zou worden. Met begrip doe je hier verder weinig aan. Hij vroeg dan ook of ik eens wilde kijken naar zijn verminking, die er uitzag als een opgepompte voetbal en hem veel pijn deed. Met de beste wil van de wereld kon ik geen enkel spoor ontdekken over de oorzaak van de infectie. Ik liet het bijna afweten, tot ik een ketting om zijn nek zag hangen waarin een stukje ijzer zat. Het bleek de scherf te zijn waar het allemaal mee begonnen was en waarvan hij blijkbaar geen afstand had kunnen doen. Het kleine verschil was echter dat zijn been toch reageerde op dit stukje souvenir, want toen ik vroeg het kettinkje even af te doen, kwam er geen straling meer uit zijn been, die ik voorheen wel waarnam, maar geen betekenis kon geven. Hiermee was het raadsel opgelost. Ik kreeg hiermee weer een bevestiging dat veel mensen zonder het te weten meer gevaar lopen dan ze denken als ze iets bij zich dragen waar geen goede herinnering achter zit. Gelukkig was de man wel zo verstandig deze oude herinnering niet meer om zijn hals te hangen. Al ging de strekking hiervan tot ver boven zijn pet, hij kon mij later toch melden dat de woekerende infectie uit zijn been verdwenen was.
De deur tot het verledenHet zijn vreemde zaken meneer, liet de man mij weten. Zijn vrouw had mij geschreven met de mededeling, dat hun huis een tochtgat had met daarbij een vreselijke stank. De riolering was al nagezien en ook was er al een bedrijf geweest dat gezocht had naar de plaats waar de tocht vandaan kwam. Doch alles was zonder resultaat gebleken. Het heeft alleen maar geld gekost, opperde de man die mij rondleidde, maar er is niets veranderd. Mijn vrouw wordt ziek van de lucht en zelf heb ik last van reumatiek dat niet prettig is met die koude luchtstroom. Wanneer is het eigenlijk begonnen, wilde ik weten, want aan de klachten alleen had ik niet genoeg om daar een beeld uit te kunnen vormen. De man zweeg, want nu stelde ik een vraag die hij liever niet wilde horen. Zo bleek ook later. Zijn vrouw verduidelijkte echter het een en 't ander toen haar echtgenoot bleef zwijgen. Want hij voelde zich niet geroepen om fratsen te vertellen, die hij niet deelde. Het bleek dat de vrouw, toen een maand of drie geleden haar oom overleed, het gevoel had gehad dat die oom plotseling bij haar was. Dit kon in wezen niet, want het ziekenhuis waar hij verbleef, lag zeker honderd kilometer bij hen vandaan en ze wist niet eens dat hij daar opgenomen was. Dit maakte ook dat haar man, die erg nuchter was, geen 'flauwekul' wilde horen en het louter technisch zocht. Toch vond hij het wel vreemd dat ze niets hadden kunnen vinden bij het onderzoek en ter wille van zijn vrouw had hij mij toch laten komen. Ik begreep wel waar hij op doelde en ik kon mij best voorstellen dat als iets dergelijks gebeurt men niet direct de gedachte krijgt dat er best iets anders in het spel kan zijn. De vrouw had echter toch gelijk, want de tocht die ik ook waarnam, gaf mij een kleur te zien die mij deed denken aan een vuilnisbelt. Dit verklaarde misschien ook de lucht die erbij betrokken was. Bij navraag over haar oom kreeg ik te horen dat hij jarenlang gewerkt had bij de rioolzuivering en dat zij als kind vaak op zijn knie had gezeten en hij veel grapjes met haar had gemaakt . Door omstandigheden binnen de familie en later door haar huwelijk waren ze elkaar uiteindelijk uit het oog verloren en dacht ze zelf niet meer aan hem. Terwijl ze vroeger best gek met haar oom was geweest. Het voorval met zijn overlijden had haar aan het denken gezet en kwam op haar over als een soort verraad dat ze nooit meer goed kon maken. Dat was ook het punt waar we mee zaten, want ik begreep heel goed dat zijn aanwezigheid vlak na zijn heengaan een vingerwijzing was geweest, die hij naliet bij zijn vertrek naar andere oorden. Het probleem zat dus bij de vrouw zelf. Veel kon ik niet doen, want mijn kennis over het hiernamaals reikt niet zo ver dat ik op de aarde de verbroken banden weer aan elkaar kon koppelen en het moet stellen met het aardse. De vrouw zal ermee moeten leren leven dat als men zelf een kilte opwerpt, daardoor een tocht kan ontstaan die kwalijk kan ruiken. ( Het woord tocht duidt hier op de tochtsloot. Een geul uit vroeger tijden die als riool dienst deed. ) Het raadsel was nu opgelost en ik hoopte, dat haar oom in zijn andere vorm van leven, haar daar niet blijvend aan zou helpen herinneren.
Van macaber tot bizar Er vinden dingen plaats, waar velen eigenlijk geen weet van willen
hebben. De gebeurtenis die ik beschrijf, houdt verband met een onthoofding.
De man waar het om gaat had, tijdens werkzaamheden op het dak van een
huis, zijn evenwicht verloren. Tijdens zijn val naar beneden, bleef
zijn hoofd haken aan een uitsteeksel in de voorgevel. Daardoor kwam
zijn romp gescheiden van het hoofd op straat terecht. Deze affaire werd in de krant afgedaan onder het kopje 'ongevallen'
en het zou daar ook bij gebleven zijn, als zich niet iets merkwaardigs
had voorgedaan. De mensen die pal tegenover het bewuste huis woonden begonnen, tegen
de gevel, een lichtend verschijnsel waar te nemen dat de grootte had
van een voetbal had. Deze ontdekking hielden ze liever voor zich, want
het zou te gek voor woorden zijn. En ook dit zou waarschijnlijk zo gebleven
zijn, als hun kleinkind niet bij hen was komen logeren. Een jongetje
van een jaar of zes. Terwijl zijn grootouders eigenlijk nog niet goed wisten of er wel
een verband bestond tussen de lichtende bal die ze regelmatig zagen
en het achtergebleven hoofd van de overleden man, was hun kleinzoon
daar heel duidelijk in. Hoewel hij van dit ongeval nooit iets had geweten. Zijn grootouders drukten hem op zijn hart om nooit te spreken over
wat hij had gezien. Ruim veertig jaar lang heeft hij inderdaad zijn
mond gehouden. Tot hij een artikel over het meldpunt las, waardoor hij
zich eindelijk eens kon uiten. Hij was bij lange na niet de enige die
dat doet. Want ik ontvang nog steeds vele berichten van mensen die tot
nu toe hebben moeten zwijgen. Zelfs vanuit de kerk wordt dit opgelegd.
En al zou het meldpunt voor alleen deze mensen zijn opgericht, dan heeft
het zijn nut al wel bewezen. Volksgeloof Het was in het dorp van oudsher bekend, dat er zich langs de Oude
Achterweg een plek bevond, die je maar beter mijden kon. Want er deden
zich daar dingen voor, waarvan je niet meer over een toeval kon spreken.
En het stond voor de dorpsgemeenschap dan ook vast, dat de duivel daar
was neergestreken. Want hoe kon het anders zijn dat, als je daar met de auto langs reed,
je zo goed als zeker op een lekke band kon rekenen. Of zonder benzine
kwam te staan, terwijl er juist nog was getankt. Ook de kinderen die
over deze weg naar school toe moesten fietsen, ondervonden vaak hinder
op die plek. Omdat het daar meestal opeens heel hard begon te waaien,
waardoor je de kans liep om naast de weg in de berm te raken. En dat
kon best pijnlijk uitvallen. Het betrof hier een hechte dorpsgemeenschap, waar men zondags twee
maal daags ter kerke ging. Men waakte er hevig voor dat deze "rotte"
plek binnen hun gemeente naar
buiten zou komen en zo bekend zou raken dat er zich iets duivels op
hun grondgebied bevond. Dat deze code toch doorbroken werd, gebeurde door een verontruste
moeder. Die melding maakte van het feit, dat haar dochter op die plek
op weg naar school, zo ongelukkig gevallen was, dat zij nu een oog moest
missen. Wel voegde zij aan deze melding toe, dat alles dat zij mij geschreven
had, een diep geheim moest blijven. Ik mocht er met niemand over spreken,
anders zou haar dit zwaar aangerekend worden. Helaas komt het vaker voor, dat ik alleen maar een melding krijg
vanuit een gebied, waar het geloof een beletsel vormt om bepaalde dingen
ook anders te mogen gaan leren bezien. En bijgeloof hierdoor nog lang
een grote rol zal blijven spelen. Met alle gevolgen van dien. De geest van de school Als water uit zichzelf uit de kraan begint te lopen, afgesloten deuren
opeens wijdopen blijken te staan, lampen uit eigen beweging aan en uit
gaan en op zolder – waar niemand is – geheimzinnige voetstappen worden
gehoord, dan moet je wel heel stevig in je schoenen staan, om niet in
spoken te gaan geloven. En het gevolg was dan ook, dat niemand er meer
alleen naar binnen durfde. Deze verschijnselen deden zich voor in een pand dat naast een regionale
omroep stond. En kort daarvoor aan het studiocomplex was toegewezen,
die kampte met ruimtegebrek. Om aan de weet te komen op welk tijdstip
het spook zijn ronde deed (en dus om vast te kunnen stellen wanneer
het personeel er veilig in kon verblijven) had men er een aantal microfoons
geplaatst, die op ruime afstand van het gebouw beluisterd konden worden. Toen deze methode echter geen resultaten gaf, werd besloten een oproep
naar de luisteraars te doen met de vraag of iemand iets over de aard
van het gebouw afwist. Naar voren kwam dat het ging om een voormalig schoolgebouw dat destijds,
ruim tweehonderd jaar geleden, daar was neergezet in opdracht van de
kerk om onderwijs te geven aan rooms-katholieke meisjes. Dat duurde
tot het begin van de Tweede Wereldoorlog. Toen namen de Duitsers het
gebouw in beslag, om er een hoofdkwartier voor de Wehrmacht van te maken. Na de oorlog was de school er niet in teruggekeerd. Vervolgens kwam
het te huur te staan – een oudere luisteraar wist de omroep te vertellen
dat huurders er nooit lang bleven en dat toen al geruchten de ronde
deden, dat het niet pluis zou zijn in het pand. Ook kwam er berichten binnen van luisteraars, die meenden te weten
dat het gebouw tijdens de oorlog was gebruikt om verzetsmensen te martelen
en enkelen waren daar zelfs vermoord. Met deze informatie in de hand, besloot de omroep een beroep te doen
op een aantal helderzienden. De meesten konden al door de telefoon ‘zien’
dat het hier ging om omgebrachte mensen, waarvan de ziel nog steeds
in het gebouw doolde. Dit kon zeker wel gevaar opleveren. De enkele helderziende die wel kwam kijken nam in de kelder de gedaante
waar van een overleden man. Op dat moment kreeg ik het verzoek of ik twee verslaggevers bij wilde staan die het voornemen hadden in het
pand een nacht te gaan waken, teneinde te ervaren wat er waar was van
alle verhalen. Ze vroegen ook of ik het spook dan gelijk onschadelijk
kon maken, mocht het zich manifesteren. De helderzienden hadden immers
advies noch raad kunnen geven hoe de geesten daar verdreven konden worden. Die bewuste nacht ben ik eerst zelf het hele gebouw maar eens doorgegaan.
Al snel ontdekte ik dat de zaken toch heel anders in elkaar staken dan
me voorgespiegeld was. Het had niets van doen met overleden mensen,
waar ik trouwens ook geen enkel energiespoor van aantrof. Het was het gebouw zelf, dat een bepaalde geest in zich meedroeg.
Die was daar ingebracht bij de inwijding van de school, om de doelstelling
van het leerplan te helpen versterken. Ik nam waar dat deze energievorm
daar nog steeds aanwezig was. Vandaar dat deze geest zich verzette tegen
alles, dat niets te maken had met schoolse activiteiten. Om zich van de verschijnselen in het gebouw te ontdoen, kon ik duidelijk
zijn. ‘Zoek een priester die het vermogen heeft het gebouw weer uit
te wijden.’ Mogelijkerwijs had deze uitwijding door het overhaaste vertrek van
leerlingen en leraren nooit plaatsgevonden of was het door tijdsgebrek
niet zorgvuldig genoeg gebeurd. Of men mijn advies heeft opgevolgd, daar heb ik geen bericht over
gekregen. Wel heb ik gehoord dat over het pand een reportage is gemaakt,
die later is uitgezonden. Er kijkt een geest door het raam Er is op deze wereld altijd wel een ziel, die zich niet geborgen
voelt en daarom gaat 'spoken'. In dit geval was het een jonge vrouw,
waar de bewoners hevig van schrokken. Het betrof een fraai oud huis
in de Bommelerwaard, dat ze net gekocht hadden. En waar hun enige nog
thuis wonende dochter, op de eerste verdieping aan de voorzijde, haar
slaapkamer had gekregen. Nadat ze er een paar nachten geslapen had, begon ze zich er steeds
minder prettig in te voelen. Zonder dat ze wist waarom. Tot ze plotseling
ontdekte wat de oorzaak hiervan was, en besloot er nooit meer te gaan
slapen. Aan de buitenzijde van haar slaapkamerraam was de gedaante van een
vrouw verschenen. Die gebaarde haar het raam open te doen en haar binnen
te laten. Deze gebeurtenis was de aanleiding om het Meldpunt Geest-
en Spookverschijningen aan te schrijven. Met meteen de vraag, hoe ze
van dit verschijnsel af moesten komen. Nu gaat dat per brief natuurlijk niet. Want in zaken zoals deze,
wil ik graag eerst een onderzoek doen en zien, wat de verschijning ertoe
beweegt om juist naar die plaats te komen. Omdat het in de meeste gevallen
een katalysator nodig heeft om zich te kunnen manifesteren. In dit geval bleek de dochter zelf, geheel onbewust, de oorzaak te
vormen. En wel om de reden dat zij daar sliep en deze kamer in bezit
had genomen. Want nadat ik uren op haar kamer had doorgebracht en mij
helemaal had ingesteld, bleef het slaapkamerraam leeg en liet de verschijning
niet aan mij zien. Maar nadat de dochter op de deur klopte en vroeg
of ik soms een kopje koffie wilde, kwam plotseling ook de verschijning
van de vrouw voor het raam. Daarbij zag ik dat ze kletsnatte haren had.
Die is vast verdronken, ging er op dat moment door mij heen. Helaas bleek dit later bij navraag te kloppen. Niet alleen zij, maar
ook een groot aantal andere inwoners van het betreffende dorpje waren,
jaren en jaren terug, bij een grote overstroming door verdrinking om
het leven gekomen. Nu weet ik uit ervaring dat bij 'voortijdig' overlijden, moord, ongeval
of zelfmoord, het energieveld rond die geest, nog heel lang aanwezig
kan blijven. En sommigen wanen zich nog steeds bij ons op aarde. Daarom
kon ik er vanuit gaan dat de geest van deze vrouw geactiveerd werd doordat
ze zag dat haar kamer zomaar in bezit werd genomen door een andere vrouw. Nu is het punt altijd: hoe maak je een geest duidelijk dat ze heen
moet gaan, niet meer op deze aarde verblijft, en het dus nutteloos is
zich steeds opnieuw te manifesteren. Het lukt lang niet altijd om in
contact te komen met zo'n geest. Omdat velen nog ontdaan en zo in woede
of ergernis zijn, dat ze niets kunnen of willen horen. We zullen moeten
leren aanvaarden dat, hoe ongemakkelijk dat ook kan zijn, dit een deel
van leven is dat ons allemaal kan overkomen. Gelukkig kon ik met de vrouw waar het hier om ging wel in contact
komen. Ik begreep tegelijk dat ik waarschijnlijk nooit zou vernemen
of ze inderdaad zou wegblijven. Want ik weet zeker dat de dochter dit
niet meer zou komen controleren, aangezien ze nooit meer in haar voormalige
slaapkamer zou terugkeren. Helpende Handen De vrouw die bij mij kwam had een wonderbaarlijke ervaring opgedaan
die ze Het betrof haar overleden vader die, op de dag dat hij begraven was,
toch Het had die afgelopen nacht flink gevroren en daardoor was er op
het Nadat de vrouw mij verteld had wat haar overkomen was, kon ik best
begrijpen dat zij dit publiekelijk bekend wilde maken. Ik beloofde haar
te zullen helpen, om te beginnen door haar belevenis op 'Suspensestory'
te zullen zetten. En vervolgens het programma van de KRO, 'Wonderen
bestaan' hierover in te lichten. Dat heb ik inmiddels gedaan. Waren er maar veel mensen zoals zij, die zaken zoals deze naar buiten
willen Mysteries De man die bij mij kwam had tot zijn pensioen in militaire dienst
gezeten. Samen met zijn maat, die nog in het leger zat, had hij aan
een groot aantal speciale missies deelgenomen. Op een van die missies in oorlogsgebied, hadden ze hevig onder vuur
gelegen. En het was de vraag geweest, of ze dit wel zouden overleven.
Op de plaats waar zij zich toen bevonden, had een muntstukje op de grond
gelegen, die de maat had opgeraapt. Toen ze daar als door een wonder
werden gered, dankte zijn maat dit aan het gevonden muntje. Dat droeg
hij voortaan dan ook als een talisman bij zich. Nu was er met dit muntje iets vreemds gebeurd, dat mijn gast absoluut
niet kon verklaren. Het was ook de reden van zijn komst. Toen hij enige
weken geleden op vakantie in Turkije was had, in het hotel waar hij
verbleef, het muntje naast zijn bord in de eetzaal gelegen. Dit gebeuren had hem flink geraakt. Vooral omdat hij een lange tijd
niet meer van zijn maat vernomen had. Op zijn vakantieadres had hij
direct contact met Defensie opgenomen. Maar daar kon of wilde men niets
zeggen over de verblijfplaats van zijn maat. Waardoor hij het ergste
begon te vrezen. Zijn gevoel hierbij bleek juist te zijn, want toen
hij mij het meegebrachte muntje in handen gaf, kreeg ik het beeld van
een berg zand te zien. Het zag eruit als een graf. Toen ik mijn gast
dit liet weten, was dit blijkbaar genoeg voor hem. Want hij stond op,
bedankte mij en vertrok. Later heeft hij mij nog laten weten dat op de dag dat hij het muntje
vond, zijn maat was gesneuveld. Gelukkig heeft hij mij nooit gevraagd
hoe dat muntje bij hem terechtgekomen was. Want ik had hem daar geen
antwoord op kunnen geven. Het zijn de wonderen in ons bestaan, die altijd een mysterie zullen
blijven. Het Onzichtbare Het zal je maar overkomen dat je in een bepaalde straat loopt en
bij een bepaalt punt in die straat iemand naast je voelt, zonder dat
je iemand ziet. Dit overkwam de achttienjarige Geert, die net verhuisd was naar deze
buurt. Eerst dacht hij nog dat het verbeelding was en zette dit van
zich af. Maar hij besloot voor alle zekerheid toch maar een andere route
te nemen, wanneer hij naar school liep. Enige weken later, toen hij er eigenlijk niet meer aan dacht en zijn
oude kortere weg naar school nam, overkwam het hem opnieuw en voelde
daarbij ook nog lichtjes een hand op zijn schouder. Enige tijd later ontmoette hij een meisje waartoe hij zich aangetrokken
voelde en hij ging er een paar maal mee uit. Zonder dat hij wist waar
ze woonde, want hij had haar op school ontmoet. Toen ze hem echter later
haar adres vertelde, brak het angstzweet hem uit. Het was de straat
waar hij niet meer durfde te komen en kwam er tegenover het meisje eerlijk
voor uit. Het meisje vond zijn verhaal wel eigenaardig, maar lachte hem tenminste
niet uit. Wel vertelde ze dit in vertrouwen aan haar moeder, die gelijk
een kruisje sloeg. Haar oudste broer die daar vroeger gewoond had, was
hetzelfde overkomen en nam nadien de achteringang bij het thuiskomen.
De twee hadden dit nooit aan anderen verteld. Dus ook niet aan het meisje.
En nu moest zij juist een jongen treffen die hetzelfde overkwam. Deze keer wilden ze er wel werk van maken en klopten aan bij mijn
meldpunt, met de vraag hoe dat kon en of er wat aan gedaan kon worden.
Na enig onderzoek in het verleden kwam naar voren dat op die plaats
een onderduiker door de Duitsers neergeschoten was, toen hij bij ontdekking
na verraad wilde vluchten. Het slachtoffer had daar een groot deel van
zijn energie achtergelaten, net zoals mensen die bij een ongeval om
het leven zijn gekomen, de bewuste plaats door middel van hun energieveld
nog jaren kunnen markeren. Zulke plekken tref ik langs de weg vaak genoeg
aan. In veel gevallen kun je daar weinig aan doen, omdat je de beweegreden
er niet van kent. Wel kun je trachten duidelijk te maken er geen angst
voor te hebben, omdat dit ook een deel van het leven is, waar velen
nog steeds niets van willen weten. Blijft natuurlijk de vraag waarom de ene mens, zoals Geert, hier
wel verbinding mee had en anderen daar aan voorbijgaan. Een simpel antwoord
is er niet, wel een eenvoudige verklaring. De ene mens is de ander niet
en daarom is de ene mens gevoeliger dan de ander op dit gebied. Het
hoofdpunt in deze zal altijd blijven bestaan zolang we niet willen leren
beseffen dat er ook nog andere werelden om ons heen bestaan. Wat heet bovennatuurlijk Het zijn niet altijd bovennatuurlijke zaken die een rol spelen. Ook
natuurlijke elementen hebben een eigen inbreng en daar wordt mijns inziens
vaak aan voorbij gegaan. Neem nu de zaak van mevrouw De G. Het ging hier om een vrouw die ervan overtuigd was, dat ze behekst
was. Want Gelukkig kon ik haar vrij snel uit deze `droom` helpen. Al duurde
het even In dit geval kon ik helpen. Maar wat als een huis of een gedeelte
ervan op Bij dit laatste wil ik nog een ander voorbeeld halen. Het betrof
hier de Macaber Dilemma Soms komen er de meest vreemdsoortige gebeurtenissen op je pad. De vraag naar mij toe was dan ook, of ik door een afgesloten kist
heen kon Want officiële documenten die vol stempels staan liegen niet, had
de ervaring mij inmiddels wel geleerd. Al geven ze mij soms wel te denken.
En met twijfel kan je leren leven. Dus zal het lichaam in de kist, van
wie het dan ook was, in ieder geval een fatsoenlijke begrafenis krijgen.
En met deze gedachte in mij, kon ik mij dan ook van deze zaak bevrijden. Buitenlands Avontuur Het is nog niet eens zo lang geleden dat het, in bepaalde landen
om ons heen, bij wet verboden was om daar als paragnost werkzaam te
mogen zijn. Maar het bloed kruipt waar het gaan moet en juist uit deze landen
kwamen vaak de vragen om hulp, natuurlijk in strikt geheim. Toen ik daar ter plaatse was en mij in de slaapkamer bevond, met
de hoop datgene te kunnen zien wat het bed bewoog, klopte er visite
aan. De vrouw die zich in het nauw gedreven voelde en dacht haar broer
wel te kunnen vertrouwen, vertelde over het bed dat bewoog en dat ze
mij daarvoor had laten komen. Het pakte echter anders uit, want de agent
gaf me twee opties: `Wegwezen of ik pak je op.` Dus ben ik maar weggegaan,
hoewel ik het jammer vond. Want ik had graag mijn onderzoek afgemaakt,
om deze mensen te kunnen helpen. Nu jaren later ook daar de wet veranderd is, voelde ik toch geen
behoefte meer om in dat betreffende huis opnieuw te gaan kijken. Want
het had mij toen een lieve duit gekost om er te komen, zonder dat er
een vergoeding tegenover stond. En hoewel ik de reden hiervoor wel raden
kon, gaf het toch geen pas om mij dan van zover te laten komen. Een stille aanwezige? In de kroeg van ome Joop en tante Sjaan was ome Arie achter zijn
dagelijkse borreltje stilletjes naar een andere wereld heengegaan. Toen
ze eenmaal van de schrik bekomen waren, was iedereen het erover eens
dat ome Arie, dik tachtig jaar lang, best wel een goed leven had geleefd. Alleen tegen zijn lege stoel in de hoek bij het raam, keken ze allemaal
nog een beetje vreemd aan. En niemand voelde de behoefte om daar plaats
te gaan nemen. Dit ritueel is jarenlang zo gebleven, tot ome Joop die een fervent
sportvisser was en wekelijks met zijn bootje de plas opging, door een
stevig noodweer overvallen werd en verdronk. Toch was er in de nieuwe zaak, bij het raam, iets eigenaardigs aan
de hand. Het begon op te vallen dat niemand graag in het hoekje zat,
want zodra er een andere plaats vrijkwam, verhuisde men direct naar
het ander tafeltje toe. Uit een brief kun je daar moeilijk een goed antwoord op geven. Behalve
dat het niet onwaarschijnlijk is. Om meer te weten te komen zou ik ter
plekke moeten gaan kijken om te zoeken naar sporen van een energie van
ome Arie. Misschien doe ik dat ook wel een keer, als ik in de buurt ben. Al
was het alleen maar om tante Sjaan tevreden te stellen. Want ik begreep
verder ook uit haar brief dat haar zoon voor dit soort zaken beslist
niet open staat, al zou zijn zaak erdoor op de fles gaan. Wonderbaarlijk Het blijft altijd weer een raadsel hoe dingen tot stand worden gebracht. Stel, u vindt een stoel langs de kant van de weg. Hij is oud en versleten
en niemand kijkt er naar om. Tot er een man komt die zich hiertoe aangetrokken
voelt. Niet omdat hij deze zetel nodig heeft. Maar er is iets mee. Thuisgekomen
zet hij de stoel in zijn schuurtje neer, want het ding is kleddernat.
Enige dagen later stoot hij er, bij het pakken van zijn fiets, tegenaan
en de stoel valt om. Bij het weer overeind zetten ziet hij dat de bekleding van de zitting
losgelaten heeft en hij ontdekt dan dat er een klein trommeltje tussen
verscholen zit. Ongeveer een week daarvoor heeft hij te horen gekregen dat zijn vrouw
uitbehandeld is en de rest van haar leven in een rolstoel zal moeten
slijten. Terwijl ze in Amerika wèl verder behandelt kan worden, met
gunstige vooruitzichten. Dit zal echter niet via hun verzekering kunnen. De stoel heeft uitkomst geboden! En nog vreemder is, dat hij nooit
langs die route naar zijn werk ging. Maar doordat hij in gedachten was,
had hij die bewuste dag een andere afslag genomen. Ik hou dit op de Voorzienigheid, toen de man mij dit gebeuren in
een lange brief beschreef. En het zou mij dan ook niets verbazen als
hij in zijn volgende brief laat weten dat de behandeling van zijn vrouw
in Amerika goed aangeslagen is. De vrouw die een schok gaf In mijn leven heb ik inmiddels veel plaatsen bezocht waar zich energieën
bevonden die je beter niet als huisvriend kunt hebben. Maar wat mij
altijd het meest bijgebleven is, betrof een zaak waar energie een heel
andere rol in speelde. Het ging om een vrouw met een bizar verschijnsel waar men, in een
natuurkundig onderzoeklaboratorium, proeven naar deed. De vrouw had
de eigenschap ontwikkeld om elektrische stroom in zichzelf op te slaan
en deze, via haar handen, weer af te geven. Dit proces in haar leek
op een sidderaal: een vissoort die zijn prooi kan doden of verlammen
door middel van elektrische schok, welke kan oplopen tot een paar honderd
volt. Alleen wat de vis kan, kon zij niet: dit vermogen weer uitschakelen. In dit stadium trof ik deze vrouw aan, nadat laboratorium-medewerkers
de deur op een kier hadden gezet, om enkele ‘anders zienden’ bij haar
toe te laten. Nadien begon ik mij echter toch af te vragen, hoeveel zaken er eigenlijk
nog meer publiekelijk verborgen moeten blijven omdat de wetenschap er
geen raad mee weet. Misschien wel onder het mom van “wat niet weet,
wat niet deert”. Ook zelfontbranding hoort hiertoe. Herhaaldelijk komt
het voor dat men een totaal verkoold lijk in bed of stoel vindt, zonder
dat de ondergrond, het matras of de stoelzitting noemenswaardige schroeischade
heeft. Ook dit blijft vooralsnog een raadsel met een diep geheim dat in
feite ieder mens kan overkomen. Dit zeg ik niet om onrust te zaaien,
wel om eens stil bij te staan. Omdat we zoveel dingen nog niet weten.
Al denken we vaak van wel. Straling Veel mensen worden bevangen door iets waarvan zij zich niet bewust
zijn. Deze geschiedenis zou onopgemerkt zijn gebleven, indien er door de
speling van het lot geen antwoord was gekomen op zijn kwaal. Zo kwam dit stuk metaal bij mij terecht. Omdat men wilde weten of
ik kon zien waartoe het diende. Hoe die metalen staaf daar gekomen was, kon ik niet achterhalen.
Wel, en daar hamer ik zo vaak op: laat eerst uw huis eens ‘bezien’ voordat
u er intrekt. De aanrander Het is al weer enige tijd geleden dat ik een melding kreeg van een
vrouw die beweerde dat ze werd aangerand door een entiteit in haar eigen
woning. Haar man en kinderen mochten daar echter niets van weten en ze wilde
dat graag zo houden.
Het verbaasde mij echter in hoge mate dat ze over de daad van de
aanrander zo luchtig sprak en eigenlijk meer benieuwd was naar het wezen
dat dit bij haar deed. Ook deze zaken komen blijkbaar voor en ik wil dit zeker niet betwisten,
maar ik heb wel bedankt voor de eer om naar deze voorstelling te komen
kijken. Loekna Kleine Loekna was in coma geraakt. Een aanrijding tussen haar moeder, waar ze achterop de fiets zat,
en een motorrijder was de aanleiding geweest dat ze nogal ongelukkig
ten val was gekomen. Lichamelijk was ze niet noemenswaardig beschadigd,
maar haar geest was niet meer actief. Ziekenhuisapparatuur moest haar
lichamelijke functies voeden. Haar moeder was ook gewond geraakt, evenals de motorrijder. Beiden
lagen in een ander ziekenhuis, met botbreuken. Met Loekna ging het niet zo goed en dat was dan ook de reden dat
een verpleegkundige mij verzocht om eens naar haar te komen kijken. Nu staan de medici beslist niet te dringen als het om een andere
visie gaat en ik had dan ook de toestemming van haar ouders nodig, wat
meteen grote problemen gaf. Toch wil ik bij zaken zoals deze heel duidelijk zijn. Dit om misverstanden
te voorkomen. Coma-patiënten kan ik in wezen niet helpen, hoogstens
kan ik zien of hun astrale lichaam zich nog in hun buurt bevindt en
of er nog een verbinding mee is. Zodat terugkeer mogelijk blijft. Hoewel
dit op zichzelf alleen maar een indicatie is en beslist geen wet van
Meden en Perzen. Hoe het met Loekna afgelopen is, hoorde ik later. Ze is niet meer
naar haar lichaam teruggekeerd en heeft haar aardse leven verlaten. Handelsgeest De man die mij benaderde bleek makelaar te zijn en had in Spanje
voor eigen rekening twee mooie huizen laten bouwen, die zijn agent ter
plaatse met zijn andere projecten aan de man moest brengen. De andere projecten liepen wel, maar de verkoop van zijn eigen huizen
wilde maar niet vlotten en stonden inmiddels als spookhuizen te boek,
wat verkooptechnisch niet bevorderlijk was. Zeker niet in Spanje. En
hij vroeg zich af of ik hem kon helpen. Het ene huis zo bleek, liet zich niet bezichtigen en dat begon al
bij de voordeur. Daar was het slot niet van open te krijgen als men
naar binnen wilde, of de sleutel brak gewoon af, zodat men altijd de
achteringang moest nemen. Dat was natuurlijk al erg vreemd. De ernaast gelegen woning had andere trekjes die ook niet aanspoorden
om er te gaan wonen. Na zijn verhaal aangehoord te hebben kon ik best begrijpen dat hij
hierdoor problemen met de verkoop had. Ik wilde best gaan kijken of
ik kon helpen de daar blijkbaar gevangen zielen te bevrijden. Maar zijn handelsgeest had een ander doel voor ogen. Zo wilde hij
dat ik dit op eigen kosten deed en mocht het mij lukken de daar aanwezige
spoken te verdrijven, kon ik daar later na de verkoop van de huizen
tien procent commissie krijgen. Nu is mijn werk beslist geen handelswaar en is het mij ook niet om
het geld te doen. Dus moest ik zijn voorstel afwijzen. Hetgeen hij niet
begrijpen kon, maar daar was hij dan ook een handelsman voor. Hoe het verder afgelopen is weet ik niet en misschien staan zijn
beide huizen nog steeds leeg, want ik heb verder nooit meer iets van
hem mogen vernemen. Da’s toch gek… Er gaat tegenwoordig geen week voorbij zonder dat ik brieven krijg
van mensen die denken dat ze hun verstand verloren hebben. Deze week
had ik er twee, die ik u niet wil onthouden. Mevrouw de J. krijgt s’avonds bezoek en haalt bij de banketbakker
vier grote slagroompunten. Vlak voordat haar visite arriveert, belt
er een bevriend echtpaar aan. Mevrouw de J. raakt niet in paniek en
snijdt van de vier slagroompunten een stukje af en maakt er zo zes porties
van. Bij het serveren van het gebak blijven er twee stukjes achter in
de keuken, omdat er niet meer plaats op het dienblad was. Direct daarna
gaat ze naar de keuken om de overige twee op te halen – en treft daar
een totaal leeg aanrecht aan. Indien dit je overkomt, kan ik best begrijpen dat je dan een je verstand
gaat twijfelen. Mevrouw W. laat mij het volgende weten. Ze is weduwe, woont alleen en kan niet gedurende langere tijd staan.
Om deze reden laat ze gemakshalve boven op de overloop haar strijkplank
staan en strijkt ze zo nu en dan een beetje. Op zeker moment begint het haar op te vallen dat het stapeltje dat
ze achterlaat een stukje kleiner is geworden. Dit wijt ze aan gezichtsbedrog. Nu kan ik op afstand uit de losse pols daar natuurlijk geen antwoord
met een verklaring voor geven. Alles heeft een eigen inbreng waarom
dat gebeurt. Niet alle goud blinkt De heer die bij mij kwam had zijn horloge meegebracht. Het was van
goud en hij had het gekregen toen hij afscheid nam van de zaak waar
hij veertig jaar gewerkt had. Op de achterzijde had de directie zijn
naam en het aantal dienstjaren laten graveren. Nu was er met dit horloge wat vreemds aan de hand. Telkens als hij
het voor het slapen gaan afdeed en op zijn nachtkastje legde, was het
daar de volgende dag verdwenen en vond hij het op de vreemdste plaatsen
terug. Met deze steeds maar herhalende gebeurtenis, die nu meer dan
een maand aan de gang was, voelde dit voor hem niet prettig aan en hij
hoopte dat ik daar een verklaring voor kon geven. Omdat ik op dat moment geen ingeving kreeg of zag wat het klokje
er toe bewoog ‘op de loop te gaan’, vroeg ik hem het bij mij achter
te laten. Toen ik het echter hem teruggaf, zag ik gelijktijdig naast hem een
schim verschijnen met de contouren van een man, waarin zich duidelijk
een gezicht aftekende. Dit zette mij ertoe aan om de achterzijde van het horloge nog eens
te bekijken. En met behulp van een sterk vergrootglas kon ik vagelijk
zien dat er onder zijn naam eerst iets anders had gestaan. Erg verbaasd was ik niet toen ik een paar dagen later van hem te
horen kreeg dat zijn geschenk in eerste aanleg voor een ander bestemd
was geweest. De directie was er klaarblijkelijk vanuit gegaan dat een
dode toch geen klok kon kijken en had het geschenk daarom voor de volgende
jubilaris bewaard. Nu hij zelf ontdekt had hoe laat het was, deed hij er onmiddellijk
afstand van en gaf het horloge aan de directie terug. Met in mij nu
de vraag, wie de volgende gelukkige ontvanger zal zijn… Geheugenstoring De acteur die mij benaderde, kreeg steeds meer moeite met het onthouden
van zijn tekst in de rollen die hij moest spelen. Hij beriep zich erop
dat hij een geheugen had ‘als een ijzeren pot’. Als dat zo bleef, moest
hij binnenkort afscheid nemen van het toneel, zijn lust en leven. Niet
wetende wat hij aan moest vangen en vele medische onderzoeken verder,
waar niets uit naar voren was gekomen, was hij op mijn naam gestuit
en hoopte dat ik hem kon helpen. Na enig heen en weer gepraat te hebben liet hij zich ontvallen dat
hij tot overmaat van ramp net nog een nieuw huis had gekocht met een
hoge hypotheek, die onmogelijk op te brengen was als hij zijn baan als
acteur verloor. Dat hij zorgen over zijn geheugen had, kon ik best begrijpen
en het liet mij ook niet koud. Doch ik zag niet in hoe ik kon helpen.
Wel vroeg ik hem om zijn net betrokken woning eens te mogen bekijken. Aan zijn gezicht zag ik dat hij deze wending in ons gesprek niet
begreep en hij vroeg dan ook waarom dat nodig was. Om niet op de zaak
voor uit te lopen, het was nog maar een ingeving van mij, kon ik hem
daar geen antwoord op geven. Wel dat ik mijn best zou doen om hem te
helpen, maar dan wel op mijn manier! In zijn huis kon ik niets ontdekken dat zou kunnen verklaren waarom
zijn geheugen aangetast werd. Toch bleef ik voelen dat de woning er
iets mee te maken had, maar wat? Eigenlijk ben ik daar nooit achter gekomen. Het terugkeren van zijn
geheugen bood zich als het ware vanzelf weer aan, toen hij het aanbod
aannam van zijn vrienden, om bij hen een paar weekjes te logeren. Gedurende
die tijd knapte zijn geheugen zienderogen op en kwam hij tot de ontdekking
dat zijn geheugenverlies begonnen was na zijn intrek in de nieuwe woning. Om verder geen risico meer te nemen, al weten we nog steeds niet
waardoor, zette hij zijn huis te koop en is er niet meer naar teruggekeerd. Het mag dan voor anderen vreemd in de oren klinken, maar ik vond
het een wijs besluit. Vooral omdat hij nu weer als vanouds op de planken
staat. En ik hoop voor hem van harte, dat hij deze nare geschiedenis
wèl snel vergeten zal. Komt ze wel, komt ze niet Bij deze zaak raakte ik betrokken door een journalist. Die wilde
weten hoe ik dacht over een verhaal, waar hij een stukje in de krant
over moest schrijven. Het betrof een nalatenschap, waarvan de documenten pas recentelijk
boven tafel waren gekomen. Bijna honderd jaar geleden had een rijke
ongehuwde dame, die in het dorp woonde, na haar overlijden een park
en een theehuisje aan de dorpsgemeenschap nagelaten. Aan dit laatste had de ontvanger van de erfenis, de gemeente, echter
niet zo zwaar getild. En dus was het theehuisje ook voor andere doeleinden
verhuurd. Prima, zou men denken. Behalve voor het daar nu werkende personeel,
dat zo langzamerhand steeds meer de kriebels begon te krijgen. En daar zat nu de kneep. De journalist wilde van me weten of het
mogelijk was dàt de overledene zou kunnen komen kijken. En zo ja, hoe
zou ze dan reageren? Zou ze het laten bij wat ze zag of… zou ze ook
terug gaan zien naar het verleden? Op deze laatste vragen kon ik geen antwoord geven. Wel kon ik zeggen
dat het daar werkende personeel waarschijnlijk niets te vrezen had.
Tenslotte hadden zij niets misdreven. Maar ook dat kon ik, bij een zaak
als deze, eigenlijk niet helemaal zeker weten. We zullen het verloop dus maar moeten afwachten. Waarschijnlijk zullen we het antwoord hierop nooit te weten komen. Thuis Front Het meisje dat mij schreef had grote problemen thuis. Nu waren ze nogal klein behuisd en was er geen andere kamer waar
ze slapen kon en daarom ging ze maar op de bank in de woonkamer liggen. Nu krijg ik helaas iedere week een aantal van deze brieven van mensen
die er thuis niet over kunnen of durven praten, terwijl ze er toch wonen
en verder geen opties hebben. Op deze manier blijft veel angstvallig verborgen en leven veel mensen
tussen angst en vrees zonder dat ze een uitweg vinden in een wereld
waar ongeloof en niet willen weten een hoofdrol speelt. De taal van de doden In een weekeinde werd ik benaderd door Karel, die zijn vrouw verloren
had. Deze vraag aan mij had ook te maken met het feit dat hij sterke aanwijzingen had dat zijn overleden vrouw hem iets te zeggen had. Dit had te maken met een voorval dat hij niet zou vergeten.
Toen hij mij dit voorval vertelde, vond ik deze gebeurtenis zelf
ook heel frappant en wilde best naar de bewuste fiets komen kijken,
want het kon een aanwijzing geweest zijn. Toch liet deze melding mij niet helemaal los, want ik heb beduidend
vreemdere zaken meegemaakt, waarbij overledenen aanwijzingen gaven. Maar daar kun je vooraf geen oordeel over vellen en dit doe ik dan
ook beslist niet. Een vol huis Ik werd uitgenodigd om te komen kijken naar iets dat zich afspeelde
in de keuken van een nieuwbouwwoning. Hier bevond zich een deel van
een muur, dat zich niet liet betegelen. Tenslotte gaven ze de moed maar op en brachten daar een stuk plaat
aan met tegelmotief. Dat geheel tegen de zin van de bewoner en die liet
het er dan ook niet bij zitten. Hij zou zelf wel een degelijke tegelzetter
inschakelen. Toen ze na de zoveelste ondernomen poging ter beraadslaging aan de
keukentafel zaten, kwam kleine Anna van de buren de keuken binnen om
te vragen of ze met hun zoon Thomas mocht spelen, die net als zij een
jaar of vier was. Daarop werd het wel even stil aan de keukentafel en begrepen de volwassenen
dat het buurmeisje iets zag dat zij blijkbaar niet konden waarnemen. Hoewel die vraag begrijpelijk overkwam, kan ik daar nooit goed antwoord
op geven. Het hangt daarbij geheel van de situatie af en ik kan dat
nooit bij voorbaat zeggen. Dat leven ook nog een Andere Zijde kent wordt
vaak vergeten, dit omdat het ‘menselijk’ is maar één richting uit te
kijken, zonder op dat andere te letten. Hoe het afgelopen is weet ik niet, want door mijn antwoord op hun
vraag, bleek mijn komst niet nodig. Ook bij nieuwbouw kan het nodig
zijn dat men eerst de grond laat schouwen. Dat wil zeggen, ‘bezien’
of er geen elementen zijn die later voor verrassingen kunnen zorgen. Hier wordt veel te weinig op gelet, is mijn ervaring. Pas als er
iets niet klopt, trekt men aan de bel en moet het maar verdwijnen. En
dat gaat nu eenmaal niet in alle gevallen op. Soms zijn plaatsen al
bezet voordat men er gaat bouwen. Maar daar dient men wel oog voor te
hebben. Het macabere geheim van de ruïne De zaak waar ik voor kwam te staan, was verre van ongevaarlijk. Het
kasteel, of eigenlijk de ruïne ervan, had de gidsen weggejaagd en er
werden geen excursies meer gehouden, wat het plaatsje in het toeristenseizoen
behoorlijk aan inkomsten scheelde. De reden was, dat er stukken steen naar beneden vielen. Geen puin
van de oude muren, maar gebroken stukken baksteen uit deze eeuw. Twee
van de vier gemeentegidsen waren al getroffen door een steen van een
groot kaliber en waren daardoor in het ziekenhuis beland. Zij waren
er echter van overtuigd dat, op het moment dat het gebeurde, zij zelfs
nog op enige afstand van de ruïne waren. De gemeente had dit verhaal
maar vreemd gevonden en gelaste de beide andere gidsen weer aan het
werk te gaan. Afgesproken werd dat bij aanvang de burgemeester van het
dorpje met hen mee zou gaan, vergezeld van de plaatselijke politieman,
die de stenengooiers dan meteen kon arresteren. Met deze garantie gingen de beide overgebleven gidsen maar weer op
pad. Dit werd geen succes want bij het betreden van de ruïne werd de
politieman getroffen door een steen die tegen zijn rug aankwam, waardoor
hij ernstig gewond raakte. Deze affaire maakte duidelijk dat er niet te spotten viel met de
stenengooiers en ze besloten deze toeristische attractie voorlopig maar
gesloten te houden. Ze bleven er van uit gaan dat deze zaak opgelost
zou zijn, zo gauw de stenengooier gepakt was. Daarom werd er nu bewaking
opgesteld door een tiental burgers, die toezagen dat er niemand ongehinderd
de ruïne kon betreden of verlaten. Op deze manier hoopten ze de dader
te vinden. Dat dit plan ook niet werkte kwam aan het licht toen enige
weken later een delegatie de ruïne bezocht om te kijken of de stenengooier
verdwenen was. Direct bij het passeren van de toegangspoort viel er
een flinke steen voor hun voeten neer en begon het tot hen door te dringen
dat hier geen mensenhanden in het spel waren, maar bovennatuurlijke
krachten van een geest of gekwelde ziel. Dit maakte hun angst zo groot,
dat er niet meer over gesproken werd en ze elkaar de zwijgplicht oplegden.
Dit om verwarring en onrust bij de lokale bevolking te voorkomen, hetgeen
ongetwijfeld het weinige toerisme helemaal weg zou houden. De ruïne werd dan ook verder afgesloten voor het publiek, wegens
instortingsgevaar, hetgeen een goede politieke oplossing was. Doch,
na het verstrijken van de jaren en de komst van een nog grotere toeristenstroom,
besloot een hotelketen de ruïne te willen kopen om er een groot restaurant
van te maken. Dit gaf wel enige consternatie binnen de gemeenteraad. Uiteindelijk stemde deze toe met de clausule
dat zij niet verantwoordelijk waren voor ongevallen tijdens de verbouwing. Tot zover werd ik op de hoogte gebracht door de aannemer die mij
benaderde en vroeg of ik op de bouwplaats eens een kijkje wilde komen
nemen, want de bouw van het geplande restaurant liep flinke vertraging
op door stenen die uit de lucht kwamen vallen en al verschillende mensen
verwond hadden. Mijn komst enige dagen later, bracht mij diep in Frankrijk,
waar ik onaangekondigd de zaak in ogenschouw nam, om ongestoord te kunnen
werken. Direct viel het mij op, dat er boven de ruïne een soort van waas
hing, die ik niet kon verklaren. Ik miste iets, maar kon het geen naam
geven. Later kwam ik tot de ontdekking dat er uit een bepaalde hoek
van de ruïne een broos licht scheen, dat de andere energieën verdrong.
Het was een vorm van kilte die ik waargenomen had. Deze bevinding bleek
te kloppen, want volgens de aannemer die ik later sprak, hadden zijn
werknemers het vaak over een soort koude gehad, als zij daar werkten,
zelfs op snikhete dagen. Om de oplossing te vinden moest ik diep in
de ruïne zijn en dat bracht met zich mee dat ik ook door stenen getroffen
kon worden, waar ik weinig zin in had. Daarom stelde ik voor een soort
van wagentje te maken met een dik dak van houten planken, die me konden
beschermen tegen neervallende stenen, zodat ik ongestoord bij het punt
kon komen, waarvan ik dacht de oorzaak van dit alles te kunnen vinden.
Dit wagentje bracht mij inderdaad naar de plaats waar ik dacht te moeten
zijn, zonder dat er maar een enkele steen naar beneden viel. Dit verwonderde
mij wel, gezien de ervaringen van de anderen. De bruin gevormde tint, die mijn aandacht had getrokken, markeerde
de plaats waar ik mij bevond. Na enig graafwerk, stuitte ik op een baksteen
die mij vertelde dat er bloed aan gezeten had. Ik voelde dat er zich
nog meer onder dit stukje grond bevond. In mijn aanwezigheid is men
daar gaan graven en vond men het lichaam van een man die al enige jaren
vermist werd. Later bleek het te gaan om een man die vermoord was door
een stratenmaker, die zijn vrouw zo aantrekkelijk vond, dat hij het
er voor over had haar man te vermoorden. Beiden zitten nu een lange
straf uit, heb ik vernomen. Blijft natuurlijk de vraag hoe het mogelijk was om zo de aandacht
te trekken, waardoor het lijk opgespoord kon worden. Deze zaken kan
ik nooit verklaren. Wel dat energie een eigenschap heeft, waar we nog
veel van kunnen leren, zolang de eigenschappen maar herkend worden.
Dat brengt mij altijd weer tot verrassingen. De bouw van het restaurant kon in ieder geval verder gaan en een
deel van de ruïne is prachtig gerestaureerd, want na de verwijdering
van het lijk, is er geen steen meer uit de lucht gevallen. Hotel met spook spekt de portemonnee De herberg waar ik mij bevond had vreemde kostgangers. De waard die
mij gevraagd had er eens een nachtje te komen slapen, had vermoedens
dat het er spookte. Dit weet hij aan het feit dat zijn gasten geen oog dicht deden als
zij op kamer 4 verbleven. In het begin had hij gedacht dat men fantaseerde
en men hem op deze wijze een kosteloze nacht wilde aftroggelen, maar
toen hij er zijn zoon een nacht liet slapen, bleek die nadien geen enkele
nacht meer in de herberg van zijn vader te willen doorbrengen. Zelfs
niet meer in zijn eigen kamer. Dat gaf toch problemen, want ze hadden
beiden de herberg opgezet toen het gebouw te koop stond. In het verleden was het ooit een herberg geweest en een wisselplaats
voor paarden die de postkoets trokken en daarbij passagiers vervoerden
die na een lange rit, vermoeid, daar een nachtje konden slapen of een
maaltijd gebruiken. Met de vordering van de techniek en de komst van de trein, die zoveel
sneller ging, raakte de herberg in verval en kreeg een andere bestemming.
Er trok een smid in, die landbouwwerktuigen en kachels repareerde. Ook
aan deze bedrijfstak kwam een einde. Er kwam een lunchroom voor in de
plaats toen de toeristenindustrie begon te bloeien. Deze eigenaar hield
het na enige jaren wel voor gezien, want hij was al op leeftijd en het
complex was te groot voor hem om nog verder in te investeren. Zo was
het in handen gekomen van de vader en de zoon, die het gebouw in de
oude luister herstelden en met de aanpassingen van deze tijd er een
restaurant en kleinschalig hotel van maakten. Deze zet was raak, want
velen wilden best eens in dit nostalgische gebouw overnachten. Maar
dan wel zonder de aanwezigheid van iets of iemand, die de dekens van
hun bed aftrok als ze er lagen te slapen, of hun bed verschoof, waardoor
ze wakker werden. Dit had zijn zoon ontdekt in kamer 4, waar hij had
geslapen. Mijn taak was nu om na te gaan hoe dit kon en waarom dit gebeurde.
Zodat er verder geen praatjes meer naar buiten kwamen die de klanten
weghielden. Doch kort na mijn komst in de herberg kreeg ik al te maken
met een verzameling journalisten, die allen het naadje van de kous wilden
weten, en vooral wat ik dacht te gaan doen. Dit zinde mij niet, want
ik werk graag in stilte en zonder veel ophef. Anders kan ik mij niet
concentreren op hetgeen ik doe bij dergelijke gevallen. We spraken af
dat ik later wel terug zou komen om ongehinderd mijn werk te doen. Ik
drukte de eigenaar op het hart geen ruchtbaarheid meer aan mijn komst
te geven. Toen ik hem enige dagen later belde om een nieuwe afspraak
te maken, kreeg ik van hem te horen dat hij het liever hield zoals het
was. De kranten hadden inmiddels zoveel over het spook geschreven dat
de bezetting van zijn restaurant overvol was geworden en makkelijk opwoog
tegen het gemis van een kamer. De mensen houden er blijkbaar van ergens
te komen waar zich iets afspeelt dat hun begrippen te boven gaat, zolang
ze er maar niet te lang hoeven te verblijven. De zoon is uit huis gebleven, maar helpt wel de gasten te bedienen.
Deze zaak leerde mij weer dat als het zo uitkomt men liever geen weet
heeft van hoe de vork in de steel steekt, als er geld mee te verdienen
valt. De Dame van het Herenhuis De vraag die mij gesteld werd was: “Zou u willen kijken wat er waar
is dat er steeds een vrouw gezien wordt in dit gebouw.” Deze stelling werd mij voorgelegd door een aantal personen die eigenlijk
niet wisten wat ze er van denken moesten, maar ook niet wilden uitsluiten
dat het best waar kon zijn. Om reden dat velen deze verschijning door
de eeuwen heen waargenomen hadden. Met deze opdracht op zak heb ik mij
toen ingelaten tegenover een aantal wetenschappers die eigenlijk nu
wel eens een proef van bewijs wilden vinden over het fenomeen “Geest”.
Volgens overleveringen hield die huis in een pand waar altijd hoog geplaatste
burgers gewoond hadden, en historisch gezien zelfs invloed hadden gehad
op het landsbelang. Met de hoop iets te kunnen ontdekken waar wetenschappelijk
bewijs uit naar voren zou kunnen komen, had ik mij dan ook voorgenomen
om desnoods een hele week in dat gebouw te blijven. Dat bleek echter
niet nodig. De geest, of vrouw, waarover geschreven en gesproken werd binnen
de huiselijke kringen, vertoonde zich aan mij al binnen enkele minuten
toen ik mij in de grote zaal bevond. Ze liep recht op een deur af die
later een kast bleek te zijn. Doch na onderzoek in de oude bouwtekeningen
bleek dat die in het verleden wel een doorgang was geweest. Korte tijd
later vertoonde zij zich opnieuw. Ik trof haar aan, staande bij een
raam in een kleine kamer op de hoogste verdieping van het gebouw, waar
ze even later via het raam de kamer verliet. Nadien heb ik haar nergens
meer aangetroffen. Deze bevindingen bleken toch wel frappant te zijn, gelet op de reactie
van de heren die mij uitgenodigd hadden. Vooral toen later bleek dat
ik, zonder het te kunnen weten, haar dood had vastgesteld. De historie
gaf aan dat zij in verwachting was geraakt door één van de hooggeplaatste
heren, waar ze in het huis als dienstmeisje werkzaam was. En ten einde
raad had ze zich later zelf van het leven had beroofd door uit het raam
van haar kamer te springen. Het mocht dan wel driehonderd jaar geleden
zijn gebeurd, het onrecht haar toen aangedaan liet ze met haar verschijning
nog regelmatig weten. Of mijn bijdrage aan dit onderzoek nog consequenties had op de wetenschappelijke
visie van mijn opdrachtgevers weet ik niet, want ik heb tot op heden
geen enkele reactie van hen mogen vernemen. De Meesterkok en de Dode Keukenhulp Het restaurant waar we verbleven, had een goede keuken die vermaard
was om zijn specialiteit die uit allerlei soorten vis bestond. Dit product
werd uit binnen- en buitenland aangevoerd en was de trots van de eigenaar.
Deze had een ware meesterkok aangetrokken uit een oosters land. De kok
had echter problemen gekregen door een vrouw die hem lastig viel en
steeds verscheen als hij bezig was de laatste hand te leggen aan zijn
culinaire creaties, die dan promp mislukten en niet opgediend konden
worden aan de gasten, die speciaal voor dit gerecht gekomen waren. De eigenaar was ten einde raad. En de kok begon al zenuwtrekken te
vertonen als hij alleen maar aan zijn keuken dacht, die blijkbaar door
zijn aanwezigheid deze vrouw activeerde. Deze
vrouw kwam hem trouwens totaal onbekend voor. De eigenaar had in zijn leven nooit enige waarde gehecht aan zaken die volgens hem onnatuurlijk waren en had de kok verdacht van het gebruik van verdovende middelen, die zijn verstand aangetast hadden. Deze theorie klopte echter niet, want toen hij bij de zoveelste mislukking van een gerecht besloot de kok te volgen bij de bereiding van de gerechten, deed zich hetzelfde voor. Nu begon het tot hem door te dringen dat iets of iemand, die hij niet kon plaatsen, bezig was zijn broodwinning ongedaan te maken. En dit was met geen enkel middel te bestrijden, omdat zijn kennis op dit gebied was blijven steken in ongeloof.
In een oude krant die bewaard was gebleven, had een artikel over
mij gestaan. En zo was het contact met mij tot stand gekomen. Dus ik
daarheen om uit te zoeken wat zich daar afspeelde. Wat ik aantrof was
een energieveld dat ik beter kan omschrijven als overheersend, en daar
zeker geen goed deed. De bron kwam uit een hoek waar geen rekening mee
was gehouden: de afvoerpijp van de spoelbak in de keuken… Hier werd als het ware een energiegolf uitgestoten, die zijn weerga
niet kende. Mijn vraag was dan ook hoe lang deze gootsteen daar al zat.
Dit bleek pas kort te zijn en hij was bedoeld om ruimte te winnen in
de ernaast gelegen ruimte vanwege de plaatsing van een grotere koelcel.
Op de een of andere wijze had de nieuwe afvoerpijp een bron aangeboord die geen vervuiling wenste, en teruggaf wat
niet beviel. Wat de verschijning van de vrouw hiermee te maken had, kwam pas later
aan het licht toen ik haar ook waar begon te nemen. Al begreep ik de
strekking niet meteen. Na onderzoek kwam naar voren dat de plaats waar
het restaurant nu stond vroeger een begraafplaats moet zijn geweest,
een grafheuvel uit lang vervlogen tijden. De afvoerpijp had men om bezuinigingsreden niet aangesloten op het
riool, maar laten doorlopen tot diep in de grond, want uit testen bleek
dat al het afvoerwater makkelijk op die plaats opgenomen werd. Waarschijnlijk
heeft het daar een graf bereikt waar de orde verstoord is geraakt en
een vrouw lag. Want een andere verklaring kon ik niet vinden. Mijn advies om de afvoer te sluiten werd niet direct aanvaard, omdat
een keuken nu eenmaal niet zonder kan. Doch het verstand zal ze wel
hebben laten weten dat een restaurant zonder klanten ook geen toekomst
heeft. Toen ik er laatst nog
een keer langs reed, zat het terras vol mensen en liepen de obers af
en aan. Ik ben er toen van uitgegaan dat het kanaal naar diepere oorden
was gedicht, hoewel de eigenaar nooit meer iets van zich heeft laten
horen. To
be or not to be
De wetenschap had een plan bedacht om wetenschappelijk vast te stellen
dat geen enkel levend wezen bang hoefde te zijn voor zaken die niet
bestonden. Hiertoe hadden ze een gebouw uitgekozen dat bekend stond
om zijn verschrikkingen die zich daar afgespeeld hadden en tal van mensen
op de vlucht had gejaagd door verschijningen die zich daar manifesteerden.
Met de modernste camera’s die op temperatuurverschillen reageerden en
microfoons die bij wijze van spreken nog het geluid van een mier konden
registreren, hadden zij zich in het gebouw opgesteld in afwachting wat
er zou gebeuren. De hele nacht en de dag erop wees geen enkele activiteit aan dat
er iets gaande was geweest. Het stond voor hen onomstotelijk vast dat
er geen enkel bewijs gevonden was dat grond kon geven aan de geruchten
dat het er zou spoken. Terwijl de technici juist begonnen waren hun
geïnstalleerde materieel weer op te bergen, verscheen er opeens een
man in donkere kleding in hun midden die zeker niet tot de wetenschappelijke
ploeg behoorde. Zijn kleding was niet van deze tijd en hij droeg een
groot zwaard aan zijn zijde. De aanwezige technici waren er als een
haas vandoor gegaan met achterlating van de instrumenten, en met al
het geld van de wereld waren ze er niet toe te bewegen om die weer op
te halen. De wetenschappers aan wie ze hun belevenis vertelden en al
eerder waren weggegaan, betichtten hen van stemmingmakerij om het bijgeloof
in ere te houden. Ze namen niet de moeite hier verder op in te gaan.
De apparatuur had immers al bewezen dat hun visie klopte en daar hielden
zij zich aan. Met deze vorm van wetenschap heb ik vaak te maken. Ook als duidelijk
vast staat dat bij hun onderzoek geen apparatuur gebruikt wordt die
electromagnetische velden registreert waarmee gemeten kan worden dat
buiten hen om ook nog andere energieën kunnen heersen. Een camera, hoe
gevoelig dan ook, kan er geen notie nemen omdat het hier niet om lichtgolven
gaat die opgewekt worden maar om frequenties die buiten dit spectrum
vallen en nooit op deze wijze opgenomen kunnen worden, hoe graag men
ook zou willen. Als op deze wijze de wetenschap aan wil blijven tonen dat geestverschijningen
niet bestaan, kan de kloof nooit gedicht worden. En zijn en blijven
we aangewezen op ons eigen vermogen de dingen te zien zoals ze zijn,
ook zonder wetenschappelijk bewijs. Dat misschien nog heel lang op zich
zal laten wachten omdat deze hoek van zien uit een heel andere richting
komt. Ik weet wat jij niet weet… Het was een klein plaatsje in het oosten van het land waar Johan
woonde. Hij kwam bij me met de vraag of ik vond dat hij gek was. Deze
vraag had hij herhaaldelijk aan zichzelf gesteld nadat ze hem opgesloten
hadden. Hij had nu een weekeinde proefverlof en moest er op letten dat
hij geen vreemde dingen zei. Een jaar of drie terug begon hij dingen
te zien die stonden te gebeuren, en hij bracht dat ook naar voren. Zo bracht hij zijn buurman van slag door op te merken dat het zinloos
was dat hij zijn auto stond te wassen, omdat er ’s avonds toch niets
meer van over was. Wat hij gezegd had gebeurde diezelfde dag. Een vrachtwagen
verloor een stapel stalen balken bij het nemen van een bocht waar juist
zijn auto geparkeerd stond. Nu kon deze voorspelling natuurlijk toeval zijn geweest. Maar niet
in het plaatsje waar hij woonde en geboren was, want het vormde een
hechte kerkgemeenschap met veel bijgeloof. En al spoedig deed het verhaal
de ronde dat Johan bezeten was door het boze oog dat een ongeluk op
je kon werpen. Zijn ouders zaten deerlijk met deze veronderstelling
in hun maag en verboden Johan nog maar iets te zeggen waar het om ongelukken
ging. Maar zijn bloed kroop toch waar het niet gaan kon en hij zei dat
de supermarkt binnenkort in vlammen op zou gaan. Toen dit ook gebeurde
werd hij opgepakt en van brandstichting beticht waarop een psychiatrisch
onderzoek volgde. De wijze heren die hem onderzochten kwamen niet tot
een eenduidig besluit en besloten hem langer vast te houden voor nader
onderzoek. Bij een van de gesprekken die later volgden liet Johan zich
ontvallen dat de vrouw van de psychiater die hem onderzocht het hield
met een ander. Deze reageerde niet, maar ging er toch op letten. En
wat bleek, Johan had het bij het rechte eind gehad. Over de vermeende brandstichting werd niet meer gesproken en Johan
werd kort nadien op vrije voeten gesteld. Maar helaas kon Johan het
toch niet laten de dingen te zeggen die hij zag, al wist hij zelf niet
hoe hij aan de antwoorden kwam. Het was allemaal begonnen na zijn ongeval, toen hij met zijn brommer
de bocht uitvloog en daarbij een paar dagen in coma raakte. Op school
is het nadien ook niet meer zo goed gegaan en om reden dat hij daar
op die manier nooit zijn diploma zou halen, werd hij door zijn ouders
aan het werk gezet op de timmerfabriek. Daar waren ze kort na zijn aantreden
ook niet echt blij met hem, want buiten zijn schuld om begonnen de mensen
hem daar vragen te stellen die bij het uitkomen ervan ze lang niet even
gelukkig maakten. Daarom gingen ze hem mijden en het bedrijf vond het
niet langer verantwoord om hem in dienst te houden. Zijn ouders zaten
met hem in hun maag, want een kind dat dingen zei die hij niet weten
kon, was beslist niet normaal te noemen. Op advies van de kerkraad hebben
zijn ouders hem toen opnieuw op laten nemen in een psychiatrisch ziekenhuis.
Hier moest hij geruime tijd verblijven en had eens per week een praatje
met een dokter, wat hem enorm frustreerde. Daar leerde hij zijn mond
te houden en gewoon te doen, om het even wat hij ook zag. Hij kreeg
toen spoedig weekeinden proefverlof. Zo kwam hij tijdens zo’n weekeind bij mij terecht, waar hij mij zijn
lief en leed vertelde. Echt helpen kon ik hem niet. Wel aangeven dat
wat hij zag een gave was, maar nog veel mensen deed schrikken. Dat hij
inderdaad beter zijn mond kon houden, hoe moeilijk dat ook soms voor
hem was. En dat er beslist een tijd zou komen dat dit wel werd gewaardeerd.
Eigenlijk ben ik hem uit het oog verloren, want ik heb hem nadien nooit
meer gezien. Wel hoorde ik jaren later een verhaal van een jongeman
met een Twents accent die in Duitsland woonde en zich daar verdienstelijk
maakte bij een beveiligingsbedrijf en meestal voortijdig aan kon geven
waar ingebroken werd. Hopelijk betreft het hier één en dezelfde persoon. Speelbal van Vreemde Krachten De voetbaltrainer die mij benaderde had te kampen met tegenslag.
Vooral nu ze een paar maanden terug een nieuwe locatie met overdekte
tribunes hadden gekregen waar het clubbestuur diep voor in de buidel
had moeten tasten. Het bestuur verwachtte zeker dat hun club, die bijna
kampioen was, op dit veld de eindzege zou behalen. Niets was minder
waar gebleken. Het elftal daalde in de ranglijst zover naar beneden
dat de toeschouwers weg begonnen te blijven. En het clubbestuur begon
zich zorgen te maken over de investering van het nieuwe veld. Ook de
trainer was ten einde raad. Het elftal waar hij vroeger overwinning
na overwinning mee haalde, liep nu zogezegd op zijn laatste benen. Hij
kon geen enkele aanwijzing vinden waardoor het spel zo was achteruit
gegaan. Terwijl de man zo voor mij zat, kreeg ik een beeld dat ik eerder
had gezien bij een tennisbaan. Het betrof hier een kruispunt van straling
die uit de onderliggende grond naar boven kwam en de ballen af liet
buigen, waardoor ze vlak bij het net naar boven gericht werden en hierdoor
vaak ver achter de lijn van het speelveld terecht kwamen. De oplossing
werd gevonden door de baan te verschuiven zodat de spelers niet meer
geplaagd werden door de ballen die een eigen richting kozen en geen
rechte lijn meer wilde vormen waardoor het spel bedorven werd. Met een
dergelijk symptoom had ik nu ook te maken. Maar hoe bewijs je dat zonder
er veel woorden aan vuil te maken. Hiertoe sprak ik met de trainer af zijn speelveld eens te bezien. Maar ik kon, daar aangekomen, geen enkele indicatie vinden die er op wees waardoor het spel zo werd aangetast. Tot ik in de spelerskleedkamer kwam en bijna door een muur van energie moest lopen om daar vandaan de doucheruimte te bereiken. Het gaf mij te kennen dat de kleuren die het uitstraalde invloed had op het zenuwgestel. Hierdoor was het mogelijk dat de spelers die voordien nog zo goed presteerden, nu te maken hadden met een gemene storing van hun richtingsgevoel.
Om na te gaan of het juist was wat ik zag, liet ik kort nadien de
spelers van het elftal door deze “muur” heen lopen. Ik constateerde
feitelijk direct dat om hun lichaam heen een kring gevormd werd die
zonder meer invloed had op hun beweging, want ik zag dat enkele van
hen moeite hadden om niet om te vallen. Toen ik de trainer, die bij
mij stond, daar op attendeerde bleek dat hij dit verschijnsel zelf ook
al eerder had gezien. Hij had er verder geen aandacht aan geschonken
omdat hij het aan vermoeidheid weet. Zijn gedachtengang kon ik wel volgen
maar schoot er verder weinig mee op, want het heeft geen enkele zin
mensen te overtuigen van iets dat ze toch niet zien, al stoten ze iedere
dag hun hoofd er tegen. Voorts kwam daar nog bij dat de verplaatsing
van de kleedkamer geen optie was. Dit zou zeker veel weerstand vinden
bij het bestuur. Misschien moet de club eerst degraderen, zodat hun locatie onbetaalbaar
wordt en ze weer op hun oude veld moeten gaan spelen. Om daarvandaan
weer een nieuw kampioenschap op te bouwen. Het Spookt in de Kroeg Het cafébedrijf dat ik bezocht had een rijke historie. Al vanaf de
zestiende eeuw was dit lokaal een kroeg geweest en er was menig glaasje
geschonken. Nu zat plots de klad erin en de eigenaar maakte zich grote
zorgen. De reden van mijn komst naar deze gelegenheid kwam voort door
een vreemd verschijnsel waardoor de vaste klanten weg begonnen te blijven.
Het ging om een spook die de bezoekers schrik aanjoeg, waardoor de klandizie
niet meer durfde te komen. Het was begonnen in de kelder die onder het hele huis doorliep en
eigenlijk geen dienst meer deed, behalve voor het plaatsen van enkele
biljarttafels. Hiervoor moest de kelder uitgediept worden om voldoende
stahoogte te krijgen. Daar waren de eerste moeilijkheden ontstaan, die
men niet als een teken aan de wand had gezien. Het was niet mogelijk
gebleken de vloer waterpas te krijgen, wat men ook had gedaan. Uiteindelijk
had men op de plaatsen waar de tafels kwamen te staan maar zware ijzeren
platen laten leggen. Toch zat het niet lekker in die kelder. De stamgasten die boven in
het café aan de tap zaten, hoorden vaak genoeg duidelijk dat er beneden
in de kelder gebiljart werd, terwijl daar niemand aanwezig was. Dit
werd eerst lacherig afgedaan met de woorden dat ‘Ome Piet weer bezig
was’. Ome Piet was een vaste stamgast geweest en een fervent biljarter
en was kort voor de opening van de kelder aan een tafeltje van het café
overleden. Tenslotte gingen enkele cafébezoekers eens kijken wie er, zonder
dat er iemand was, de biljartballen deed rollen. Heel bleek om de neus
kwamen ze weer terug van hun missie. Er had geen bal op de tafels gelegen
en toch was het net of er vlak onder hun neus een partij biljart werd
gespeeld. Na deze constatering gingen ook anderen een kijkje in de kelder
nemen, waaronder de eigenaar, want men vermoedde dronkemanspraat. Ook
zij moesten vaststellen dat er duidelijk gebiljart werd en wel zonder
keu, mensen of ballen. Gaandeweg bleven de vaste gasten steeds meer weg of kwamen nu en
dan langs om te informeren hoe het met de kelder ging. De eigenaar had
deze inmiddels afgesloten met een dikke deur en hij had iedereen de
toegang tot die ruimte verboden. Maar als het stil was in de zaak, kon je in de kelder nog steeds
de biljartballen horen klotsen. Aan mij was de taak opgedragen om te kijken hoe dat kon en ik wilde
mij daar ook best voor inzetten. Echter, hoe ik mij ook instelde en
wat ik ook deed, ik kreeg geen enkel beeld. Nu is mij dat wel vaker
overkomen en had ik er maar een remedie voor. Alles verwijderen dat
voordien niet in de kelder stond. Ook in dit geval hielp het. De geluiden
in de kelderruimte hielden op. Maar of daardoor de vaste klanten zouden
terugkomen, meen ik te mogen betwijfelen. De Oudste Rechten Het bezoek dat ik aan mevrouw De H. had gebracht was volgens haar
niet goed verlopen. Want de verschijning die steeds aan haar bed verscheen
had ik niet weg kunnen krijgen. De zaak lag anders dan zij dacht, maar
ze kon of wilde dat niet begrijpen. Het was begonnen met een brief. Daarin liet ze mij weten dat ze iedere
avond bij het naar bed gaan werd opgewacht door een oud vrouwtje, dat
misprijzend naar haar keek en op die manier haar nachtrust flink verstoorde.
Zelfs door het laten branden van haar slaapkamerlamp kon ze de verschijning
niet maskeren. Mijn bezoek bracht eigenlijk weinig aan het licht en ik kon geen
enkel aanknopingspunt vinden dat stamde uit het verleden. Hierdoor begon
ik twijfels te krijgen over het bestaan van het oude vrouwtje en nam
afscheid van mevrouw De H. Doch toen ik op het punt stond in de auto
te stappen en nog eens naar haar huis en tuin keek, ontwaarde ik de
contouren van een oude muur, die mij aan een kerkhof deed denken. Met
dit gegeven ben ik teruggegaan naar mevrouw De H. en vroeg haar hoe
lang deze woning hier al stond. Dit bleek een jaar of vier te zijn,
maar zij woonde er pas enkele maanden. Ze had het huis gekocht om dichter
bij haar oudere, bedlegerige zuster te zijn. De muur die ik gezien had liet mij niet meer los en ik wilde graag
van mevrouw De H. weten waartoe de grond gediend had, waarop haar huis
stond. Hierop moest zij mij het antwoord schuldig blijven, want ze kwam
niet uit dit dorp. Ze zou het echter vragen op de bridgeclub waar ze
lid van was en met haar vele oudere dorpelingen. Het verwonderde mij
niet toen ze enkele dagen later belde en mij het antwoord gaf dat ze
op een deel van een oud kerkhof woonde. Dit kerkhof was al een dertigtal
jaren daarvoor ontruimd, dus daar kon de geestverschijning niets mee
te maken hebben. Haar redenering kon ik best begrijpen, want verstandelijk
bezien klopt dit ook. Maar velen onder ons zijn vergeten dat, zeker in vroegere tijden,
de grond waarin overledenen begraven werden eerst werd gezegend, ter
wille van de rust van de gestorvene. Deze kracht kan heel ver reiken
en uit de ervaringen die ik inmiddels heb opgedaan, lag het voor mij
vast dat we hiermee te maken hadden. En dat in feite het huis dat daar
gebouwd was de heilige rust verstoorde. Met name de slaapkamer, waar
ik een deel van de oude kerkhofmuur doorheen had zien lopen. Mijn advies
aan mevrouw De H. was dan ook een ander slaapvertrek te nemen, liefst
aan de voorzijde van haar huis. Of anders te accepteren dat de zaak
zo lag en ik dat niet kon veranderen. Het Rijk van de Geest De journalist die mij wilde interviewen had een voorstel dit te doen
bij een zaak die ik onder handen had. Het ging om een vrouw, Kim (*)
die in haar dromen gepikt werd door een vogel en daar, na het wakker
worden, echte wonden aan overhield. Deze toestand kwam de verslaggever
zo ongelooflijk voor dat hij hier best bij wilde zijn. Met toestemming
van Kim zijn we bij haar op bezoek gegaan. De voorvallen speelden zich af in Kim’s nieuwe stacaravan. Deze stond
op een plaats waar ze zicht had op een stuk bouwland, waar zich verschillende
kraaien ophielden. Mijn eerste vraag was dan ook of het mogelijk was
dat haar deur of een raam van de caravan had opengestaan, zodat het
louter toeval was dat dit kon gebeuren. Kim ontkende dit ten stelligste.
Ze zei verder dat ze in haar jeugd eens aangevallen was door een dergelijke
vogel. Juist daarom maakte ze er een gewoonte van deuren en ramen altijd
goed te sluiten voor het slapen gaan. De journalist, die een verhaal zocht voor zijn krant, merkte op dat
hij best een nacht wilde blijven om Kim bij te staan. Zij had al laten
weten geen nacht meer te willen doorbrengen in de caravan, maar met
dit aanbod kon ze wel akkoord gaan. Besloten werd mij de volgende dag
te informeren hoe de nacht verlopen was. Daags erop kreeg ik telefoon dat het haar weer was overkomen. De
spookvogel had haar zodanig aangevallen dat een diepe wond was achtergebleven.
Toen ik naar de journalist vroeg die haar ’s nachts had vergezeld, bleek
die zo geschrokken te zijn dat hij haar na het incident spoorslags had
verlaten. Duidelijk had hij de vogel gezien die haar had gepikt terwijl
ze lag te slapen, vertelde hij mij later. Maar hij had ook ontdekt dat
dit echt niet kon, want alle deuren en ramen hadden wel degelijk goed
op slot gezeten. Met de woorden “dat hij graag zou horen hoe deze zaak
verliep,” gaf hij mij te kennen verder geen onderzoek meer te willen
bijwonen. Kim intussen had besloten dat ik verder geen onderzoek meer
hoefde te doen, daar ze haar caravan wilde verkopen en er toch niet
meer in durfde te slapen. Toch heb ik de caravan nog een keer bezocht, al wist ik bijna zeker
hier niets te zullen vinden. Het was Kim zelf geweest die de spookvogel
gelokt had, door onbewust haar geest te activeren waardoor dit verschijnsel
kon ontstaan. Ze had haar caravan beslist niet hoeven verkopen, al kon
ik haar beslissing wel respecteren. Dit verschijnsel had ik eerder meegemaakt. Het betrof hier een vrouw
die geknepen werd in haar slaap als ze daar over droomde. Na wakker
worden zat ze dan vol blauwe plekken. Het knijpen werd veroorzaakt door
een bepaalde kleur groen die ze in huis had. Die kleur gaf haar geest
de inspiratie om haar te kwetsen. Op een groene fiets was ze als klein
kind aangereden, bleek later, en daarbij had ze destijds flinke builen
opgelopen. Hoe dit allemaal in zijn werk gaat weet ik niet. Wel weet
ik dat geestelijke stromingen tot meer in staat zijn dan we denken.
Door het groen weg te doen, kon de vrouw naderhand weer rustig slapen
zonder geknepen te worden. Er zijn nog altijd raadsels in ons bestaan en soms kun je helpen
door de energieën waar te nemen die leiden tot een oplossing. Van de
journalist heb ik trouwens taal noch teken meer vernomen. Waarschijnlijk
zijn dingen die echt gebeuren toch anders, dan erover te schrijven. (*) Gefingeerde naam. Geen Speelgoed Dat speelgoed voor grote consternatie kan zorgen bleek uit de volgende
gebeurtenis. De man die mij benaderde, laten we hem Theo noemen, had
enkele jaren geleden bij een verkeersongeval een zoon verloren. De jongen
had altijd interesse gehad in het verzamelen van miniatuurauto’s. Ieder
vrij moment had hij gespeeld. Hij had op het laatst zoveel autootjes,
dat zijn vader langs de muur van zijn kamertje brede planken had aangebracht
om ze op uit te stallen. Deze verzameling was achtergebleven en stond
stoffig te worden in het slaapkamertje van de jongen. Toen Theo’s vrouw opnieuw in verwachting raakte en het kamertje binnenkort
nodig was om de nieuwgeborene een plaatsje te kunnen geven, kwam ook
de tijd om het speelgoed op te ruimen. De man had als tastbare herinnering
de verzameling speelgoed eerst nog eens gefotografeerd. Deze foto’s
werden de aanleiding om mij in te schakelen. Want na het ontwikkelen
en afdrukken bleek dat de opstelling van het speelgoed veranderd was.
Deze conclusie trok Theo toen hij aan de hand van de gemaakte foto-opnames
de kamer nog eens naliep om te zien of alles dat hij wilde bewaren goed
op de foto’s overgekomen was. De ontdekking van de verandering in de opstelling van de rijen autootjes
op de planken aan de muur deed hem besluiten om nieuwe foto’s te nemen
en de kamer op slot te doen. Nadat de nieuwe foto’s in zijn bezit waren en hij deze opnieuw vergeleek
met wat hij gefotografeerd had, kwam hij tot de ontdekking dat een onzichtbare
hand het speelgoed opnieuw verwisseld had. Dit maakte hem erg van streek en hij durfde er met niemand over te
spreken omdat dit gewoon niet kon en geen mens hem zou geloven. Ten
einde raad en toch zeker van zijn zaak ging hij op zoek naar een verklaring. Een kijkje in de kamer van de jongen liet mij zien dat er een grote
aanwezigheid van energie was die zich daar ophield. Ik ontdekte hierin
de contouren van een kleine jongen die naargeestig heen en weer liep.
Dit gegeven bracht mij op het idee dat hij in feite radeloos was. Met de gedachte nog in mijn hoofd dat zijn vader mij verteld had
al zijn speelgoed op te willen ruimen, begreep ik dat hij het er niet
mee eens was. Kinderen hebben een gevoelige ziel en zijn kwetsbaar als
het om iets dierbaars gaat. De jongen was te vroeg gestorven en zijn
geest was nog op zoek de aarde te verlaten. In dit proces waarin hij
verkeerde kan het mogelijk zijn dat de gedachte-energie van zijn ouders,
om al zijn speelgoed op te ruimen, hem geraakt had waardoor hij naar
de plaats terugkeerde die hem dierbaar was. Door zijn speelgoed te verplaatsen
gaf hij te kennen de autootjes vooral niet weg te doen. Deze verklaring kon ik niet overdragen aan de ouders. Ik had uit
het voorgesprek al begrepen dat zij beslist niet open stonden voor zaken
die hen boven de pet gingen. Ik vroeg mij af hoe ik de jongen, omwille
van zijn zielenrust, toch kon helpen zijn speelgoed te bewaren. Maar
zijn ouders waren onverbiddelijk en het speelgoed moest de deur uit.
Het verdriet dat het gaf om telkens weer die autootjes te zien, gaf
de doorslag. Ook mijn voorstel om het speelgoed in dozen te bewaren,
uit het zicht dus, liep op niets uit. Om toch de jongen nog een beetje te kunnen helpen, vroeg ik zijn
ouders of ik enige van zijn meest geliefde auto’s mee mocht nemen. Daarmee
wilde ik de jongen het gevoel geven dat niet alles verloren ging. Mijn
verzoek werd toegestaan en jarenlang hebben zijn autootjes bij mij op
mijn werkkamer gestaan. Tot ik ze op een dag ondersteboven gekeerd aantrof.
Dit was voor mij het teken dat het niet meer nodig was zijn speelgoed
te bewaren. De jongen zal op dat moment wel vrijgekomen zijn van alles
dat hem aan de aarde bond. Zodoende kon ik een ander kind gelukkig maken
door hem de auto’s te schenken. Op één na. Die laatste overgebleven speelgoedauto staat nog steeds bij mij in
huis. Ik zal hem heel goed bewaren ter ere van een kennismaking die
menselijk gezien niet te bevatten valt. Ik dank daarom nog steeds de
gave dat ik heb kunnen leren zien, al zijn mijn mogelijkheden lang niet
altijd toereikend genoeg om daadwerkelijk te kunnen helpen. Zeker niet
als de wil ontbreekt om te kunnen geloven dat dood en begraven zijn
geen definitief afscheid van de aarde hoeft te zijn. De Verwensing De pastorie die ik bezocht, had jarenlang predikanten gehuisvest die kort na hun intrek het pand weer moesten verlaten omdat ze een ziekte opliepen, die vergelijkbaar was met schurft. Dit veroorzaakte bij iedereen een ondraaglijke jeuk. De laatst aangekomen predikant had ook al symptomen die wezen in de richting van dit ongemak. Hij had besloten zich niet te laten verjagen zoals zijn voorgangers. Die hadden uitsluitend de medische weg gekozen. De stap van deze man mocht echter niet aan de grote klok gehangen worden: het kerkbestuur zou zeker niet ingestemd hebben met zijn beslissing een paragnost te raadplegen.
Via de vrouw van de koster werd daarom de afspraak met mij gemaakt.
Deze vrouw had er al vaker op aangedrongen dat iemand anders eens zijn
licht zou laten schijnen over deze merkwaardige ziekte. Uit boeken van
en over de pastorie bleek dat de kwaal ruim tweehonderd jaar geleden
reeds voorkwam binnen deze muren. De ellende was eigenlijk direct na
de voltooiing van het gebouw al begonnen en had sindsdien zeker veertig
predikanten geplaagd, die als gevolg voortijdig waren verdwenen. Mijn
komst werd als zeer vertrouwelijk gezien en ik hoopte te kunnen helpen,
waarbij ik een rol zou kunnen spelen zonder veel onderzoek te hoeven
doen. Dat lukte gelukkig. Ik kreeg vrij spoedig na mijn aankomst contact met een overleden
man die een beschuldigende vinger opstak en zich manifesteerde bij een
stapel stenen in de pastorie. Deze veronderstelling bleek te kloppen,
want de huidige predikant had al enig onderzoek gedaan in de boeken
die het kerkbestuur had bijgehouden. Het bleek te gaan om een man die
zijn kerkelijke belasting in die tijd niet had kunnen voldoen. Hij had
daarom moeten betalen met een stapel bouwstenen, die voor zijn eigen
huis bestemd waren. De stenen die hem ontnomen waren hadden een tegenwaarde
van elf stuivers, in die tijd een aardige som geld. De in beslag genomen stenen werden in dit geval de ‘steen des aanstoots’,
want ze waren later gebruikt bij de bouw van de huidige pastorie. Dit
had de gestorvene waarschijnlijk niet kunnen verkroppen, waarna hij
een vloek uitgesproken zal hebben in de trant van “krijg allemaal de
schurft” of iets dergelijks. Een verwensing die grote gevolgen had en
qua kracht een langdurige invloed bleek uit te oefenen! Aan mij om te
proberen de vloek te doorbreken. Nu heb ik enige ervaring op dit gebied en ik stelde voor het bedrag
in stuivers terug te geven, zodat de geest van de dode weer kon rusten
en geen kracht meer zou ontwikkelen die dominees konden treffen. Met
gepast respect voor het hem aangedane onrecht, hebben we deze munten
bij zijn graf begraven en hoopten op een goede afloop. Dit voorval bracht weer eens naar voren dat, hoe oud ook de vervloeking
is, er altijd een oplossing gevonden kan worden. Mits men weet dat de
geest een lange adem heeft en onrecht een stempel kan drukken op zaken
die allang vergeten zijn. TEN EINDE Als zich iets of wat voordoet, dat wetenschappelijk gezien nog niet
als bewezen wordt beschouwd, wil dat nog niet zeggen dat het niet bestaat.
Toen ik het bestaan van het meldpunt geestverschijningen min of meer
wereldkundig maakte, nam dit eigenlijk gelijktijdig een grote vlucht. Dat was mede te danken aan de schrijvende pers, de radio en de tv.
Waardoor klaarblijkelijk vele duizenden mensen tot het besef kwamen
dat zij niet de enigen op de wereld waren die ongewone tot zeer merkwaardige
zaken ondervonden of meegemaakt hadden. En daar over in het algemeen
beslist niet over durfden te spreken, uit angst of het besef dat ze
dan voor "gek" zouden worden versleten. Doch nadat het bestaan van het meldpunt geestverschijningen meer
bekendheid kreeg, begonnen steeds groter wordende aantallen mensen mij
te schrijven over hun opgedane ervaringen, zowel in positieve als negatieve
zin. Maar ook over de nood waarin velen verkeerden. Dat meestal neerkwam
op het feit dat ze hun eigen huis niet meer indurfden. Omdat zich daar
iets bevond dat beslist angstaanjagend genoemd kon worden, tot handtastelijkheden
aan toe. Deze zaken hebben mij vaak aangezet om daar eens een "kijkje"
te gaan nemen. En bij een aantal hiervan heb ik nadien getracht om deze
op papier weer te geven, of te beschrijven als mij een interview ten
deel viel. Het moge duidelijk zijn dat de term geest nooit onder een
eenduidige noemer valt te plaatsen, vanwege de vele vormen en gradaties
welke deze aan kan nemen. En zich op evenveel manieren kan manifesteren
als er sterren aan de hemel staan. Punt blijft echter wel, dat het om een energievorm gaat. Soms waarneembaar,
soms voelbaar, soms hoorbaar. Of in combinatie hiervan. Geloof speelt
hierbij geen enkele rol. Hoogstens bij de invulling van dit verschijnsel.
Persoonlijk blijf ik deze energie als een vorm van leven zien, die grenst
aan die van het onze. Al zal dit begrip ons vaak nog ver te boven gaan. |